Nieuws
De vrijstelling van btw voor beoepsonderwijs is vervallen
In het Belastingplan 2010 is aangekondigd dat de huidige btw-vrijstelling voor het verstrekken van beroepsonderwijs zal worden aangepast. Dit heeft gevolgen voor ondernemers die beroepsonderwijs en kortlopende beroepsmatige cursussen verzorgen.
Cursussen voor beroepsuitoefenaren zijn tot 1 juli 2010 vrijgesteld van omzetbelasting; vanaf 1 juli 2010 alléén wanneer de opleiding wordt verzorgd door een onderwijsinstelling die wettelijk geregeld onderwijs uitvoert, of voor cursussen die worden verzorgd door opleiders en instellingen die zijn opgenomen in het ‘Register Kort Beroepsonderwijs'.
Het gevolg is dat, wanneer je niet opgenomen bent in dat Register Kort Beroepsonderwijs, er geen vrijstelling meer is van omzetbelasting op de door jou gegeven cursussen. Je zult dan je honorarium met 19% omzetbelasting moeten verhogen.
Zelfstandig werkende opleiders en trainers kunnen in het register worden opgenomen wanneer zij in opdracht werken van een in dat register voorkomende onderwijsinstelling. Voor de opdrachten die je voor die instelling uitvoert draag je geen omzetbelasting af.
Wanneer je geheel zelfstandig opleidingen en trainingen aanbiedt zul je je honorarium met 19% omzetbelasting moeten factureren.
We houden het in de gaten en melden alles wat we weten in het artikel: Onderwijsvrijstelling vanaf 2010
De zelfstandigenaftrek en de crisis
Demissionair minister Jan Kees de Jager van Financiën heeft aangekondigd dat hij zelfstandigen een extra steuntje in de rug zou geven in verband met de crisis. Hij stelt voor dat de voorwaarde voor zelfstandigenaftrek, het urencriterium van 1225 uur, versoepeld wordt.
Hij stelt voor dat zelfstandigen om aan dat minimum van 1.225 uren per jaar te kunnen voldoen ook uren mogen meetellen die worden besteed aan scholing en administratie.
Ogenschijnlijk nobel, maar dit is geen versoepeling. Alle uren die besteed worden in de onderneming mogen meegeteld worden. Al vanaf 1972, toen het kabinet Den Uyl deze faciliteit in het leven heeft geroepen. Alle uren wil zeggen: ook de uren voor scholing, acquisitie, opleiding, opruimen, in de file staan, naar het station lopen, koffiedrinken, ergens te vroeg komen et cetera.
De toezegging van de minister is een ranzige sigaar uit eigen doos. De verkiezingscampagne is kennelijk belangrijker geworden dan zorgvuldigheid van bestuur.
Inmiddels is de zelfstandigenaftrek vanaf 2010 juist voor degenen die het hardst van de crisis te lijden hebben, belangrijk beperkt. Tja, vat dit maar niet op als een stemadvies.
De voorbereiding van de aangifte inkomstenbelasting over 2009
Wanneer je in 2010 bij ons langs komt voor de gegevens die van belang zijn voor de aangifte inkomstenbelasting over 2009, hebben we weer een handig overzicht gemaakt van wat je daarvoor kunt voorbereiden. Het overzicht is gebaseerd op de fiscale regels die voor 2009 gelden.
Je vind het overzicht onder: Voorbereiding aangifte inkomstenbelasting 2009.
Veranderingen in de zelfstandigenaftrek vanaf 2010
Vanaf 2010 verandert de zelfstandigenaftrek. De aanpassing is dat de zelfstandigenaftrek nooit méér kan bedragen dan de winst uit onderneming zelf.
Deze aanpassing heeft tot gevolg dat de zelfstandigenaftrek, voor zover die méér bedraagt dan de winst, niet meer verrekend kan worden met looninkomsten. Het gevolg dáárvan is dat er geen inkomstenbelasting wordt teruggegeven wanneer er meer loonheffing is ingehouden op het loon dan verschuldigd zou zijn na verrekening van het surplus aan zelfstandigenaftrek.
Het niet verrekenbare deel van de zelfstandigenaftrek mag echter wel 9 jaar lang gereserveerd blijven voor latere aftrek, wanneer de winst dat gaat toelaten.
Startende ondernemers mogen wél hun zelfstandigenaftrek plus startersaftrek volledig aftrekken bij de berekening van hun belastbaar inkomen. Dat betekent dat starters wel hun surplus aan zelfstandigen-plus startersaftrek mogen verrekenen met inkomsten uit dienstbetrekking of uitkering. Dat kan een belastingteruggave opleveren.
Lees méér hierover onder: zelfstandigenaftrek en onder: startersaftrek .
Bevordering zuiniger en minder vervuilend autorijden
Het parlement wil het zuiniger en minder mileubelastend autorijden stimuleren met belastingmaatregelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen auto's die electrisch worden aangedreven en die met een brandstofmotor. De auto's met brandstofmotor zijn ofwel zeer zuinig, zuinig, of niet zuinig. Zuinigheid wordt uitgedrukt in de mate van CO2-uitstoot.
Voor een auto met een lage CO2-uitstoot geldt vanaf 2010 dat die niet hoger is dan 120 g/km (benzine) of 104 g/km (diesel) zijn. Bij deze maximale uitstootwaarden geldt de correctie voor privégebruik van 20% van de catalogusprijs. Voor een auto met een zéér lage CO2-uitstoot geldt dat die niet hoger is dan 110 g/km (benzine) of niet hoger dan 95 g/km (diesel). Bij deze maximale uitstootwaarden geldt de correctie voor privégebruik van 14% van de catalogusprijs.
Wanneer je echter een electrische auto rijdt die tot het beroepsvermogen behoort geldt een correctie voor privégebruik van 0% in 2010 en 2011 en daarna 7% van de catalogusprijs.
Voor alle andere auto's geldt een correctie voor privégebruik van 25% van de catalogusprijs.
Dit betekent dat het bij aanschaf van een nieuwe auto van belang is opnieuw te overwegen of je de auto voor de inkomstenbelasting tot het beroepsvermogen gaat rekenen of tot het privé-vermogen. Lees daarover méér onder: Auto in privé of in de onderneming?.
Er zijn méér stimuleringsmaatregelen. Je kunt er over lezen in het artikel: Zuiniger en minder vervuilend autorijden.
Sterk veranderde regels voor omzetbelasting bij dienstverlening aan buitenlandse opdrachtgevers
De nieuwe hoofdregel is dat bij dienstverlening aan een ondernemer de omzetbelasting dáár wordt geheven waar de dienst wordt verricht.
Stel dat je beroepsfotograaf bent en in opdracht van een ondernemer in Belgie een fotoreportage op diens locatie maakt. De belastingheffing vindt dan plaats bij die opdrachtgever.
De praktische consequentie daarvan voor jou is dat je aan die Belgische ondernemer een factuur stuurt zonder omzetbelasting. Op die factuur moet je eigen omzetbelasting-ID-nummer staan, en dat van je opdrachtgever. In plaats van omzetbelasting vermeld je op de factuur: "Btw verlegd" of in het Engels: "Reversed charge". Je hoeft dan zelf in Nederland geen omzetbelasting af te dragen. Je Belgische opdrachtgever moet dat in Belgie wel doen. De omzetbelasting (of btw) wordt dus verlegd van Nederland naar Belgie omdat in Belgie de dienstverlening plaatsvindt.
Tegelijk mag de Belgische opdrachtgever deze omzetbelasting wel weer aftrekken in zijn of haar aangifte omzetbelasting, voor zover hij of zij recht heeft op die aftrek.
Een tweede praktische consequentie is dat je tegelijk met je gewone aangifte omzetbelasting een tweede aangifte moet doen, namelijk die voor intracommunautaire prestaties. Deze tweede aangifte wordt de ICP-aangifte genoemd. In die tweede aangifte worden alleen de transacties opgenomen die binnen de EU grensoverschrijdend zijn. Alle andere opdrachten die je binnen Nederland hebt gefactureerd worden alléén opgenomen in je gewone omzetbelastingaangifte.
Méer over deze ingewikkelde materie in het artikel: Dienstverlening aan buitenlandse opdrachtgevers.
Financiële ondersteuning voor zelfstandigen door de gemeente Arnhem
Nu de economie krimpt krijgen zelfstandigen in toenemende mate te maken met terugloop van opdrachten en opbrengsten, en moeilijkheden om hun bedrijf gaande te houden. Dat de banken vrijwel geen krediet meer geven ondanks de miljardensteun die ze juist daarvoor hebben ontvangen, maakt het ook nog eens moeilijk om tijdelijke achteruitgang op te vangen.
Bureau Zelfstandigen van de gemeente Arnhem voert een regeling uit die al heel lang bekend staat als de BBZ, het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen. Met deze regeling kan het bureau aan gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in moeilijkheden verkeren financiële ondersteuning bieden.
Dat kan in de vorm van kredietverlening gebeuren, of in de vorm van een tijdelijke inkomensondersteuning. Hierover méér in het artikel: Bijstand tijdens de economische crisis.
Onterechte heffingsrente op aanslagen
De belastingdienst berekent op iedere aanslag die na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld een heffingsrente. Wanneer je moet betalen, wordt de aanslag verhoogd met rente; wanneer je belasting terugkrijgt, krijg je ook rente vergoed. Het percentage is met het oog op de economische crisis verlaagd naar 2,5%.
Door een uitspraak van de Hoge Raad is het de belastingdienst sinds 25 september verboden om heffingsrente te berekenen over een periode die langer is dan 3 maanden na indiening van de aangifte inkomstenbelasting. Dat is goed nieuws, zij het wat laat. In de afgelopen jaren, waarin de belastingdienst eindeloos te laat de aangiften behandelde, is door iedereen veel te veel heffingsrente betaald.
Lees méér hierover onder: heffingsrente.
Terug
|