De voorbereiding van de aangifte inkomstenbelasting over 2011
Wanneer je in 2012 bij ons langs komt voor de gegevens die van belang zijn voor de aangifte inkomstenbelasting over 2011, hebben we weer een handig overzicht gemaakt van wat je daarvoor kunt voorbereiden. Het overzicht is gebaseerd op de fiscale regels die voor 2011 gelden.
Je vind het overzicht onder: Voorbereiding van de aangifte inkomstenbelasting 2011.
Omzetbelasting over privégebruik van de auto veranderd
Er is een plotselinge verandering in de afdracht van omzetbelasting over het privégebruik van de auto die tot het ondernemingsvermogen behoort vanaf 1 juli 2011. Het is het gevolg van een uitspraak door de belastingrechter.
Het privégebruik van de zakelijke auto wordt voor de inkomstenbelasting berekend met een percentage van de oorspronkelijke catalogusprijs van de auto: 0%, 14%, 20% en 25% van de catalogusprijs. Over dat privégebruik moet ook omzetbelasting worden afgedragen. Tot nu toe was dat meestal 12% over het bedrag dat voor de inkomstenbelasting tot het inkomen werd gerekend.
Voor de omzetbelasting is dat in strijd met Europese regels, zo oordeelde de belastingrechter. Dat zou betekenen dat de afdracht van omzetbelasting voor iedereen gelijk moet zijn, dus 0% voor alle gebruikers van een zakelijke auto.
Het kabinet heeft dit acuut gerepareerd. Vanaf 1 juli 2011 is er weer omzetbelasting verschuldigd over het privégebruik. Die omzetbelasting wordt nu berekend met het percentage van het werkelijk aantal privékilometers over de teruggevraagde omzetbelasting. Het gevolg is een rechtvaardiger behandeling, maar óók méér administratie. Zie verder het artikel: Autokosten en btw.
Diginotar en de belastingaangiften
Op 4 september 2011 heeft de regering de samenwerking met Diginotar beëindigd. Diginotar is het bedrijf dat de beveiliging certificeerde van het internetverkeer tussen de overheid en de burgers. Het bedrijf is aangevallen door Iraanse hackers en heeft dat lange tijd verzwegen. Het gevolg is dat het vertrouwen in de beveiliging van het dataverkeer met de overheid verdwenen is.
Ook wij van Beeldrijk hebben hiermee te maken. Wij zijn door Diginotar gecertificeerd om namens onze cliënten aangiften inkomstenbelasting te doen bij de belastingdienst. Ook krijgen wij dankzij het certificaat van Diginotar van de belastingdienst electronische kopieën van aanslagen toegestuurd.
Nu de regering de samenwerking met Diginotar heeft opgezegd, vragen wij ons natuurlijk af welke gevolgen dit heeft voor onze dienstverlening. Tot nu toe hebben wij geen probolemen ondervonden.
Alle tot nu toe door ons verzonden aangiften zijn aangekomen bij de belastingdienst, en de cijfers daarin zijn tot nu toe op de juiste wijze verwerkt. Ook met de kopiëen van de aanslagen loopt alles goed.
De belastingdienst heeft aanvankelijk laten weten dat er bij het verzenden van aanslagen en aangiften geen concrete problemen zijn gesignaleerd. Mochten die later toch blijken dan zal dat geen nadelige gevolgen hebben in de relatie tussen belastingbetaler en de belastingdienst, zo is beloofd.
Inmiddels is echter gebleken dat er toeslagen zijn uitbetaald aan dieven van persoonsgegevens. De gedupeerden waren de mensen die plotseling te horen kregen dat ze onterecht ontvangen toeslagen moesten terugbetalen, terwijl ze die niet hadden aangevraagd, noch hadden ontvangen.
Mocht er nieuws komen, dan laten we dat hier weten.
Mocht je in de tussentijd op de hoogte willen blijven van de ontwikkelingen, dan verwijzen we je naar de mededelingen die de overheid hierover dagelijks doet: wat is er aan de hand met diginotar.
Afkoop van lijfrentepolissen
Nu langzamerhand duidelijk wordt dat veel levensverzekeringen een ernstige vorm van oplichting zijn geweest, gaan veel van onze cliënten er toe over om hun lijfrenteverzekering te beëindigen. Dat heeft ingewikkelde fiscale consequenties. Vóór je het weet betaal je te veel of te weinig inkomstenbelasting.
We wilden de fiscale behandeling van afkoop van lijfrenteverzekeringen helder uitleggen. Het resultaat vind je in het artikel: Afkoop en uitbetaling van lijfrentepolissen.
Laatste nieuws in verband met BTW-verhoging op podiumkunst
Het gemuit van de eerste kamer leidt er toe dat de btw-verhoging op podiumkunsten wordt uitgesteld met een halfjaar tot 1 juli 2011. Dat is de periode waarin de verkiezingen voor de provinciale staten leiden tot benoeming van nieuwe leden voor de eerste kamer. Na de verkiezingen zal de PVV in de eerste kamer intreden en daarmee een meerderheid kunnen vormen met CDA en VVD. De btw-verhoging zal dan een feit zijn. Veel méér dan een machtsspel in de politiek stelt het niet voor. In het artikel: Omzetbelasting voor artiesten vind je alles wat nu bekend is.
Over de btw-verhoging op beeldende kunst was geen discussie meer. De coalitiepartijen hebben daar geen woord meer aan besteed. Die btw-verhoging gaat gewoon door zoals we die besproken hebben in het artikel: Btw op beeldende kunst, 6% of 19%.
De WWik-regeling voor kunstenaars wordt afgeschaft.
Het kabinet heeft in december 2010 besloten om de WWik-regeling voor beeldend kunstenaars en podiumkunstenaars af te schaffen. Het einde van de regeling zal 1 januari 2012 zijn.
De WWik-regeling houdt in dat een kunstenaar gedurende 48 maanden een gedeeltelijke bijstandsuitkering geniet ter ondersteuning van de beroepspraktijk. Eigen verdiensten als kunstenaar moeten ieder jaar hoger worden, anders wordt de uitkering beëindigd. De eigen inkomsten worden bovendien voor een deel gekort op de uitkering. Het is dan ook een regeling die zeer prikkelend werkt voor een kunstenaar om er weliswaar even gebruik van te maken, maar er ook zo snel mogelijk van af te komen.
Het besluit wordt verdedigd als bezuinigingsmaatregel. Dat is zeer discutabel. Naar onze mening levert deze afschaffing niets op, behalve dan het in de knop breken van de beroepspraktijk van een kunstenaar. Waarschijnlijk is dat ook eigenlijk het achterliggende doel van de coalitie: het afschaffen van het culturele leven, door dat waar dan ook te frustreren.
Ingrijpende wijzigingen bij het fiscaal partnerschap
Als je samenwoont met een partner heeft de aard van je partnerschap specifieke gevolgen voor de behandeling voor inkomstenbelasting en erfbelasting. In tegenstelling tot voorheen heb je niet meer de vrije keuze om wel of niet fiscaal partner te zijn. Je bent het wanneer je aan de criteria voldoet, en zoniet, ben je geen fiscaal partner.
Als gevolg van de nieuwe regels is het misschien noodzakelijk om een afspraak met een notaris te maken om je samenwoning, wanneer je niet gehuwd bent, te regelen via een samenlevingsovereenkomst met wederzijdse zorgplicht. Of dat direct noodzakelijk is kun je te weten komen wanneer je het volgende artikel leest: Fiscaal partnerschap.
De voorwaarden voor samenwoning bij fiscaal partnerschap hebben alleen fiscale betekenis en staan dus formeel los van het erfrecht. Maar de fiscale gevolgen kunnen erg groot zijn wanneer je de samenwoning niet goed geregeld hebt.
Bedrijfsverzekeringen
Eigenlijk geen fiscaliteit maar wel van belang voor al onze cliënten die zelfstandig werken. Het valt ons op dat lang niet alle zelfstandige beroepsuitoefenaren behoorlijk verzekerd zijn voor aansprakelijkheid. Vaak wordt verondersteld dat je met een gewone WA-verzekering voldoende gedekt bent tegen de risico's van schade.
Echter, wanneer je schade veroorzaakt (iets omgooien, door een glazen deur lopen, op een bril gaan zitten) en de gedupeerde moet vergoeden, geldt je particuliere WA-verzekering niet wanneer de schade ontstaat in het kader van je zelfstandige werkzaamheden. Daarvoor heb je een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering nodig. Die kost je de kop niet, maar je moet hem wèl hebben.
Denk ook eens na over de mogelijke noodzaak van een rechtsbijstandsverzekering voor je beroep.
Verhoging van de btw van 6% naar 19% voor beeldende kunst en podiumkunsten
In het regeer- en gedoogaccoord van het kabinet dat er sinds oktober 2010 regeert, is opgenomen dat kunstuitingen véél minder door de overheid zullen worden gestimuleerd. Dat betekent dat er vrijwel geen subsidies meer zullen worden verstrekt, dat er minder zal worden besteed aan beeldende kunst en podiumkunst, en dat de lage btw-percentages van 6% op beeldende kunst en podiumkunst worden afgeschaft. Een verarming van de vrije expressie is het gevolg, en daarmee een verarming van de open en democratische samenleving. Bovendien een wezenlijke economische bedreiging voor hen die werkzaam zijn op het gebied van cultuur.
Bij die verhoging van het omzetbelastingtarief zijn er verschillen tussen de gevolgen voor de podiumkunst en die voor de podiumkunsten. Daarom hier een verschillende behandeling.
Verhoging van de btw voor podiumkunsten vanaf 2011
De ingangsdatum voor de btw-verhoging op podiumkunsten is inmiddels verschoven naar 1 juli 2011.
De wetswijziging staat inmiddels vrijwel vast, zij het dat de eerste kamer nog hierover muit. De beslissing valt op 21 december 2010. De voorgestelde ingangsdatum is 1 januari 2011. Tot die datum geldt nog steeds het btw-percentage van 6% voor optredens en het toegang verlenen tot voorstellingen. Het volgende artikel is daarom nog steeds actueel: Omzetbelasting voor artiesten
Er is een overgangsregeling voor optredens en voorstellingen die al vóór 1 januari geboekt zijn, maar pas ná 1 januari 2011 worden uitgevoerd. Deze houdt in dat optredens en voorstellingen die vóór 1 januari 2011 zijn gefactureerd en betaald, in 2010 mogen worden aangegeven naar het btw-tarief van 6%.
Lees méér in het artikel: Omzetbelasting voor artiesten
Verhoging van de btw voor beeldende kunst
De wetswijziging geldt ook voor beeldende kunst. De ingangsdatum is 1 januari 2011. Tot die datum geldt nog steeds een btw-percentage van 6% voor voorwerpen van beeldende kunst. Het volgende artikel is daarom nog steeds actueel: Omzetbelasting op beeldende kunst, 6% of 19%?
Het moment van levering is bepalend of je over de opbrengst van je werk 6% of 19% btw moet afdragen. Dat betekent dat, wanneer je in in onderhandeling bent over de verkoop van een beeldend-kunstvoorwerp, het handig is om de levering al vóór 31 december te laten plaatsvinden. Dat kan voor de koper ongeveer 12% goedkoper uitpakken.
De hierboven bij podiumkunsten genoemde overgangsregeling geldt niet voor de levering van voorwerpen van beeldende kunst. Wanneer je na 1 jauari 2011 een kunstwerk levert, terwijl je al vóór 1 januari 2011 hebt gefactureerd, geldt toch het btw-tarief van 19%. Dat betekent dat je zorgvuldig moet factureren wanneer je rond 1 januari 2011 een kunstwerk verkoopt en levert, om naheffingen te voorkomen.
Lees méér in het artikel: Omzetbelasting op beeldende kunst, 6% of 19%
De vrijstelling van btw voor beoepsonderwijs is vervallen
In het Belastingplan 2010 is aangekondigd dat de huidige btw-vrijstelling voor het verstrekken van beroepsonderwijs zal worden aangepast. Dit heeft gevolgen voor ondernemers die beroepsonderwijs en kortlopende beroepsmatige cursussen verzorgen.
Cursussen voor beroepsuitoefenaren zijn tot 1 juli 2010 vrijgesteld van omzetbelasting; vanaf 1 juli 2010 alléén wanneer de opleiding wordt verzorgd door een onderwijsinstelling die wettelijk geregeld onderwijs uitvoert, of voor cursussen die worden verzorgd door opleiders en instellingen die zijn opgenomen in het ‘Register Kort Beroepsonderwijs'.
Het gevolg is dat, wanneer je niet opgenomen bent in dat Register Kort Beroepsonderwijs, er geen vrijstelling meer is van omzetbelasting op de door jou gegeven cursussen. Je zult dan je honorarium met 19% omzetbelasting moeten verhogen.
Zelfstandig werkende opleiders en trainers kunnen in het register worden opgenomen wanneer zij in opdracht werken van een in dat register voorkomende onderwijsinstelling. Voor de opdrachten die je voor die instelling uitvoert draag je geen omzetbelasting af.
Wanneer je geheel zelfstandig opleidingen en trainingen aanbiedt zul je je honorarium met 19% omzetbelasting moeten factureren.
We houden het in de gaten en melden alles wat we weten in het artikel: Onderwijsvrijstelling vanaf 2010
De zelfstandigenaftrek en de crisis
Minister Jan Kees de Jager van Financiën heeft aangekondigd dat hij zelfstandigen een extra steuntje in de rug zou geven in verband met de crisis. Hij stelt voor dat de voorwaarde voor zelfstandigenaftrek, het urencriterium van 1225 uur, versoepeld wordt.
Hij stelt voor dat zelfstandigen om aan dat minimum van 1.225 uren per jaar te kunnen voldoen ook uren mogen meetellen die worden besteed aan scholing en administratie.
Ogenschijnlijk nobel, maar dit is geen versoepeling. Alle uren die besteed worden in de onderneming mogen meegeteld worden. Al vanaf 1972, toen het kabinet Den Uyl deze faciliteit in het leven heeft geroepen. Alle uren wil zeggen: ook de uren voor scholing, acquisitie, opleiding, opruimen, in de file staan, naar het station lopen, koffiedrinken, ergens te vroeg komen et cetera.
De toezegging van de minister is een ranzige sigaar uit eigen doos. Politieke profilering is kennelijk belangrijker geworden dan zorgvuldigheid van bestuur.
Inmiddels is de zelfstandigenaftrek vanaf 2010 juist voor degenen die het hardst van de crisis te lijden hebben, belangrijk beperkt.
Veranderingen in de zelfstandigenaftrek vanaf 2010
Vanaf 2010 verandert de zelfstandigenaftrek. De aanpassing is dat de zelfstandigenaftrek nooit méér kan bedragen dan de winst uit onderneming zelf.
Deze aanpassing heeft tot gevolg dat de zelfstandigenaftrek, voor zover die méér bedraagt dan de winst, niet meer verrekend kan worden met looninkomsten. Het gevolg dáárvan is dat er geen inkomstenbelasting wordt teruggegeven wanneer er meer loonheffing is ingehouden op het loon dan verschuldigd zou zijn na verrekening van het surplus aan zelfstandigenaftrek.
Het niet verrekenbare deel van de zelfstandigenaftrek mag echter wel 9 jaar lang gereserveerd blijven voor latere aftrek, wanneer de winst dat gaat toelaten.
Startende ondernemers mogen wél hun zelfstandigenaftrek plus startersaftrek volledig aftrekken bij de berekening van hun belastbaar inkomen. Dat betekent dat starters wel hun surplus aan zelfstandigen-plus startersaftrek mogen verrekenen met inkomsten uit dienstbetrekking of uitkering. Dat kan een belastingteruggave opleveren.
Lees méér hierover onder: zelfstandigenaftrek en onder: startersaftrek .
Bevordering zuiniger en minder vervuilend autorijden
Het parlement wil het zuiniger en minder mileubelastend autorijden stimuleren met belastingmaatregelen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen auto's die electrisch worden aangedreven en die met een brandstofmotor. De auto's met brandstofmotor zijn ofwel zeer zuinig, zuinig, of niet zuinig. Zuinigheid wordt uitgedrukt in de mate van CO2-uitstoot.
Voor een auto met een lage CO2-uitstoot geldt vanaf 2010 dat die niet hoger is dan 120 g/km (benzine) of 104 g/km (diesel) zijn. Bij deze maximale uitstootwaarden geldt de correctie voor privégebruik van 20% van de catalogusprijs. Voor een auto met een zéér lage CO2-uitstoot geldt dat die niet hoger is dan 110 g/km (benzine) of niet hoger dan 95 g/km (diesel). Bij deze maximale uitstootwaarden geldt de correctie voor privégebruik van 14% van de catalogusprijs.
Wanneer je echter een electrische auto rijdt die tot het beroepsvermogen behoort geldt een correctie voor privégebruik van 0% in 2010 en 2011 en daarna 7% van de catalogusprijs.
Voor alle andere auto's geldt een correctie voor privégebruik van 25% van de catalogusprijs.
Dit betekent dat het bij aanschaf van een nieuwe auto van belang is opnieuw te overwegen of je de auto voor de inkomstenbelasting tot het beroepsvermogen gaat rekenen of tot het privé-vermogen. Lees daarover méér onder: Auto in privé of in de onderneming?.
Er zijn méér stimuleringsmaatregelen. Je kunt er over lezen in het artikel: Zuiniger en minder vervuilend autorijden.
Sterk veranderde regels voor omzetbelasting bij dienstverlening aan buitenlandse opdrachtgevers
De nieuwe hoofdregel is dat bij dienstverlening aan een ondernemer de omzetbelasting dáár wordt geheven waar de dienst wordt verricht.
Stel dat je beroepsfotograaf bent en in opdracht van een ondernemer in Belgie een fotoreportage op diens locatie maakt. De belastingheffing vindt dan plaats bij die opdrachtgever.
De praktische consequentie daarvan voor jou is dat je aan die Belgische ondernemer een factuur stuurt zonder omzetbelasting. Op die factuur moet je eigen omzetbelasting-ID-nummer staan, en dat van je opdrachtgever. In plaats van omzetbelasting vermeld je op de factuur: "Btw verlegd" of in het Engels: "Reversed charge". Je hoeft dan zelf in Nederland geen omzetbelasting af te dragen. Je Belgische opdrachtgever moet dat in Belgie wel doen. De omzetbelasting (of btw) wordt dus verlegd van Nederland naar Belgie omdat in Belgie de dienstverlening plaatsvindt.
Tegelijk mag de Belgische opdrachtgever deze omzetbelasting wel weer aftrekken in zijn of haar aangifte omzetbelasting, voor zover hij of zij recht heeft op die aftrek.
Een tweede praktische consequentie is dat je tegelijk met je gewone aangifte omzetbelasting een tweede aangifte moet doen, namelijk die voor intracommunautaire prestaties. Deze tweede aangifte wordt de ICP-aangifte genoemd. In die tweede aangifte worden alleen de transacties opgenomen die binnen de EU grensoverschrijdend zijn. Alle andere opdrachten die je binnen Nederland hebt gefactureerd worden alléén opgenomen in je gewone omzetbelastingaangifte.
Méer over deze ingewikkelde materie in het artikel: Dienstverlening aan buitenlandse opdrachtgevers.
Financiële ondersteuning voor zelfstandigen door de gemeente Arnhem
Nu de economie krimpt krijgen zelfstandigen in toenemende mate te maken met terugloop van opdrachten en opbrengsten, en moeilijkheden om hun bedrijf gaande te houden. Dat de banken vrijwel geen krediet meer geven ondanks de miljardensteun die ze juist daarvoor hebben ontvangen, maakt het ook nog eens moeilijk om tijdelijke achteruitgang op te vangen.
Bureau Zelfstandigen van de gemeente Arnhem voert een regeling uit die al heel lang bekend staat als de BBZ, het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen. Met deze regeling kan het bureau aan gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in moeilijkheden verkeren financiële ondersteuning bieden.
Dat kan in de vorm van kredietverlening gebeuren, of in de vorm van een tijdelijke inkomensondersteuning. Hierover méér in het artikel: Bijstand tijdens de economische crisis.
Onterechte heffingsrente op aanslagen
De belastingdienst berekent op iedere aanslag die na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld een heffingsrente. Wanneer je moet betalen, wordt de aanslag verhoogd met rente; wanneer je belasting terugkrijgt, krijg je ook rente vergoed. Het percentage is met het oog op de economische crisis verlaagd naar 2,5%.
Door een uitspraak van de Hoge Raad is het de belastingdienst sinds 25 september verboden om heffingsrente te berekenen over een periode die langer is dan 3 maanden na indiening van de aangifte inkomstenbelasting. Dat is goed nieuws, zij het wat laat. In de afgelopen jaren, waarin de belastingdienst eindeloos te laat de aangiften behandelde, is door iedereen veel te veel heffingsrente betaald.
Lees méér hierover onder: heffingsrente.
Terug