Ingrijpende wijzigingen voor het fiscaal partnerschap
Vanaf 2010 is het fiscaal partnerschap voor de erf- en schenkbelasting sterk veranderd. Vanaf 2011 is het fiscaal partnerschap voor de inkomstenbelasting eveneens op de schop gegaan. De ingrijpende wijzigingen leiden er in veel gevallen toe dat je een gang naar de notaris moet maken. Als dat voor jou van toepassing is moet dat vóór 2012 gebeurd zijn.
Het fiscaal partnerschap voor de inkomstenbelasting vanaf 2011
Wanneer je samenwoont kun je beiden als fiscaal partner worden behandeld. Tot 2011 had je daarvoor een vrije keuze. Vanaf 2011 echter is het fiscaal partnerschap afhankelijk van enkele criteria. Die criteria zijn:
In alle andere gevallen kun je vanaf 2011 geen fiscaal partner meer zijn. Dat betekent concreet dat wanneer je ongehuwd samenwoont en kind noch eigen woning hebt, noch elkaar pensioengerechtigd hebt gemaakt, je naar een notaris zult moeten gaan. Wij raden dat aan. Het zou kunnen zijn dat je daardoor een voordeel blijft genieten in de inkomstenbelasting. Maar ook wanneer dat niet direct het geval is, dan zul je daar mogelijk in de toekomst plezier van hebben.
Het kan een direct fiscaal voordeel opleveren, n.l. wanneer er grote verschillen zijn tussen de inkomens en vermogens van beide partners. Het kan daardoor mogelijk worden de vermogensvrijstelling van de minst vermogende partner te gebruiken bij de meest vermogende partner. Ook is het mogelijk om aftrekposten, bij voorbeeld die van de eigen woning, naar believen te verdelen over beide inkomens.
Tòt 2011 golden de hiervóór genoemde criteria niet. Het was voldoende om de keuze voor fiscaal partnerschap in beide aangiften inkomstenbelasting duidelijk te maken.
Voor de erfbelasting zijn er ook belangrijke voordelen verbonden aan het fiscaal partnerschap. Er gelden wèl iets andere criteria voor dat partnerschap. Die vind je hieronder na de behandeling van het fiscaal partnerschap voor de inkomstenbelasting.
Het fiscaal voordeel van de onbenutte heffingskorting voor partners met een laag inkomen
Het is mogelijk een onbenutte algemene heffingskorting van de minst verdienende partner terug te ontvangen. Dit wordt soms (vooral door conservatieve mannen) badinerend de 'aanrechtsubsidie' genoemd. Een onbenutte heffingskorting doet zich voor wanneer iemand een zó laag inkomen heeft dat er géén of heel weinig belasting hoeft te worden betaald. De heffingskorting die iemand met een hoger inkomen zou krijgen is in dat geval niet of nauwelijks toe te passen. Wanneer je echter fiscaal partners bent krijg je het niet gebruikte bedrag toch uitbetaald opdat de beide partners dan toch de maximale heffingskorting genieten.
Dat fiscale voordeel is overigens vanaf 2009 voor velen steeds lager aan het worden. De algemene heffingskorting is in 2010 nog € 1.987 voor wie jonger is dan 65 jaar en € 925 voor wie ouder is dan 65 jaar. Elk jaar worden deze bedragen iets verhoogd met een inflatiecorrectie. Aan de andere kant wordt de teruggave hiervan (wanneer fiscaal partners er recht op hebben) ieder jaar verlaagd met 6 2/3%. In 2024 is er dus niets meer over van dit voordeel.
Ook hierop bestaan weer uitzonderingen. De jaarlijkse vermindering van de teruggave van algemene heffingskorting geldt niet in de volgende gevallen:
Anders gezegd, als je aan deze voorwaarden voldoet blijf je de onbenutte heffingskorting genieten wanneer je inkomen heel laag is. Voldoe je niet aan de voorwaarden, dan verlies je langzamerhand over 15 jaren de uitbetaling van onbenutte heffingskortingen.
Nog een laatste voorwaarde voor het uitbetalen van onbenutte heffingskorting bij de laagstverdienende partner: je moet minstens 6 maanden in het kalenderjaar aan de eerstgenoemde voorwaarden hebben voldaan.
Het fiscaal voordeel van de gezamenlijke vrijstelling van inkomstenbelasting over het vermogen
Ook over je vermogen betaal je inkomstenbelasting. Dat wordt de vermogensrendementsheffing in box 3 genoemd. Box 3 is een onderdeel van de aangifte inkomstenbelasting.
In box 3 wordt je vermogen berekend. Dat vermogen kan bestaan uit banksaldi, de waarde van beleggingen, de waarde van onroerend goed, de waarde van oudedagsvoorzieningen, de stand van vorderingen en nog wel méér. Er kunnen ook negatieve vermogensbestanddelen zijn. Dat zijn meestal schulden aan banken of personen. Ook de studieschuld hoort daartoe.
De waarden van bezittingen en schulden die je moet opgeven zijn die welke gelden op 1 januari van het jaar waarover je de aangifte inkomstenbelasting doet. Het saldo van bezittingen en schulden is het belastbaar vermogen.
Wanneer je belastbaar vermogen op 1 januari boven een vrijgesteld bedrag van ongeveer € 20.000 uitkomt, ga je daarover inkomstenbelasting in box 3 betalen. Het rendement van dat vermogen wordt gesteld op 4% van het vermogen en de belasting daarover is 30%. Bovendien is dit bedrag ook nog eens van belang voor de huurtoeslag. Die krijg je niet wanneer je vermogen boven de vrijstellingsgrens uitkomt.
Het vrijgesteld bedrag is in 2010 € 20.661 per persoon plus € 2.762 voor elk minderjarig kind. Wanneer je samenwoont zonder kinderen is dus de totale vrijstelling € 41.322.
Echter vanaf 2011 mag je die gezamenlijke vrijstelling alléén toepassen wanneer je voldoet aan de hierboven genoemde criteria voor fiscaal partnerschap. Voldoe je er niet aan, dan krijgt elke partner alléén maximaal de vrijstelling voor één persoon. Wanneer de ene partner véél en de andere partner weinig vermogen heeft heb je een nadeel.
Het fiscaal voordeel van vrije verdeling van aftrekposten over beide inkomens
Fiscaal partnerschap betekent dat je enkele aftrekposten over beide aangiften mag verdelen al naar gelang dat het meeste voordeel oplevert. Dat voordeel kan zitten in de tariefsverschillen in de inkomstenbelasting. De inkomstenbelasting kent een progressief oplopend tarief. Je betaalt een steeds hoger procentueel belastingtarief naarmate je méér verdient. Het laagste tarief is ongeveer 33,5% bij een inkomen tot ongeveer € 18.000 en loopt via 42% op naar 52% bij een inkomen van ongeveer € 55.000 per jaar.
Het kan dus erg voordelig zijn om een aftrekpost van een hoog inkomen af te trekken dan van een laag inkomen. De belastingvermindering zal dan des te hoger zijn. Het meest voorkomend is verdeling van de aftrek van hypotheekrente over de leningen voor de eigen woning en de verdeling van giften over beide aangiften.
Die vrije verdeling van aftrekposten kan vanaf 2011 alléén nog maar wanneer je beiden fiscaal partner bent op grond van bovenstaande criteria.
Verrekening van fiscaal voordeel in de inkomstenbelasting
Een voordeel door het fiscaal partnerschap in de inkomstenbelasting kan betekenen dat de ene partner in dat specifieke jaar meer belasting betaalt en de ander wat minder. Of een van de partners betaalt minder en de ander hetzelfde. In dat geval kan het belangrijk zijn dat je het voordeel onder elkaar wilt verrekenen. Het is tamelijk lastig om die berekening helder te krijgen, maar we zijn in staat die te maken.
Het fiscaal partnerschap voor de erfbelasting bij overlijden van één van de partners
Het fiscaal-partner-begrip voor de erf- en schenkbelasting is al op 1 januari 2010 gewijzigd. Dat wijkt iets af van het hierboven geformuleerde partnerschap voor de inkomstenbelasting. Het verschil is vooral belangrijk in verband met de tarieven en vrijstellingen bij erfbelasting.
Je bent fiscaal partner voor de erfbelasting wanneer:
Als je samenwoont, beiden meerderjarig bent, maar minder dan 5 jaar hebt samengewoond kun je toch als fiscaal partner worden aangemerkt, mits:
Voor samenwonenden die op 1 januari 2010 nog niet voldaan hebben aan de eis van het notariële samenlevingscontract met wederzijdse zorgplicht is er regeling voor overgangsrecht. De eis dat je een notarieel samenlevingscontract hebt gaat pas in op 1 januari 2012. Wordt vóór 2012 een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgplicht opgesteld, dan worden de partners ongeacht de datum van passeren geacht te hebben voldaan aan de voor de erfbelasting geldende zesmaandstermijn.
De noodzaak van een testament
Uit het voorgaande ingewikkelde betoog kun je opmaken dat je over je fiscaal partnerschap geen zorgen hoeft te hebben wanneer je gehuwd samenwoont of wanneer je ongehuwd langer dan 5 jaar hebt samengewoond. In andere gevallen van samenwoning moet je voor het fiscaal partnerschap de genoemde notariële samenlevingsovereenkomst met zorgplicht laten maken.
Maar ook al heb je niet altijd een notariële akte nodig is om fiscaal partner te zijn voor de erfbelasting; er is nog wel een testament noodzakelijk om als ongehuwd samenwonenden je partner tot erfgenaam te maken. Alleen dàt al maakt een gang naar de notaris zinvol.
Het fiscale belang voor de erfbelasting
Voor ongehuwd samenwonenden geldt een hoog tarief voor de erfbelasting. Dat kan oplopen van 30 tot 40% terwijl de vrijstelling te verwaarlozen is (€ 2.000).
Voor gehuwden geldt een veel gunstiger regeling. De vrijstelling voor partners bedraagt € 600.000. Het tarief loopt op van 10% tot 20%. Aanzienlijk gunstiger dus dan bij ongehuwd samenwonenden. Althans in beginsel.
Ook ongehuwd samenwonenden kunnen van dezelfde regeling gebruik maken als die voor gehuwden. Dan moet je echter absoluut voldoen aan de hierboven genoemde criteria voor het fiscaal partnerschap voor de erf- en schenkbelasting.
Principieel of praktisch?
Na al deze ingewikkelde beschouwingen: voorafgaande aan de vraag wat het voordeligst is, hoort een principiële vraag gesteld te worden: willen we individueel behandeld worden, of zoeken we naar een eventueel gezamenlijk voordeel? Wij respecteren het wanneer je geen gezamenlijke behandeling wilt, ook al zien wij er een voordeel in.
Mocht je er toe besluiten om gebruik te maken een eventueel fiscaal voordeel dat verbonden is aan het fiscaal partnerschap te incasseren, of in elk geval te onderzoeken of er een voordeel is, dan moeten wij beide aangiften tegelijk kunnen maken. We hebben dan alle gegevens van beide partners nodig. Wanneer je partner een andere belastingadviseur heeft, kan het handig zijn om daarover of daarmee afspraken te maken.
Fiscaal of materiëel?
Het is goed om het misverstand weg te nemen dat het fiscaal partnerschap betekent dat er een soort huwelijkse voorwaarden tot stand komen tussen de partners. Dat is absoluut niet zo. Aan de vermogensrechtelijke verhoudingen verandert niets. Het is vrijwel uitsluitend een constructie voor de belastingheffing. Het enige materiële verschil dat dit fiscaal partnerschap veroorzaakt in de onderlinge verhoudingen is dat vast moet komen te staan dat er een wederzijdse zorgplicht is. Echte huwelijkse voorwaarden vragen een veel verdergaande notariële overeenkomst.
Terug