De werking van heffingskortingen
Eerst iets over tarieven
Over je inkomen betaal je inkomstenbelasting. Daar zijn verschillende tarieven voor vastgesteld. De belangrijkste in 2006 zijn:
- 34,15 % voor een inkomen uit werk en woning tot € 17.046
- 41,45 % voor een inkomen uit werk en woning van € 17.046 tot € 30.631
Voor méér informatie over de belastingtarieven van 2006 kun je terecht in het artikel tarieven en kortingen inkomstenbelasting 2006.
Een voorbeeld
Stel dat je een belastbaar inkomen uit werk en woning hebt van € 15.000. Je bent dan in beginsel 34,15% daarvan verschuldigd aan inkomstenbelasting ofwel € 5.122.
Heffingskortingen
Deze belastingschuld hoef je niet altijd geheel te betalen. Je krijgt n.l. ook een of meer heffingskortingen. De belangrijkste in 2006 zijn:
- de algemene heffingskorting van € 1.990
- de arbeidskorting van € 1.357
Het voorbeeld
Hierboven hebben we een voorbeeld gegeven van een belastingschuld van € 5.122 bij een inkomen van € 15.000. Stel nu dat je dit inkomen hebt verworven door werk in loondienst of door winst uit een zelfstandige praktijk.
Je hebt nu recht op de twee belangrijkste kortingen, n.l. de algemene korting en de arbeidskorting. In totaal bedraagt de korting € 3.247. Van de aanslag van € 5.122 hoef je dus maar € 1.875 te betalen.
Het effect van de heffingskorting
De heffingskorting is een absoluut bedrag dat toegepast wordt op een procentuele belastingheffing. Dat betekent dat de korting gelijk blijft, ongeacht de hoogte van het inkomen. De resterende belastingaanslag wordt dus procentueel steeds hoger naarmate het inkomen hoger wordt. Dit wordt de progressie in de inkomstenbelasting genoemd.
Een voorbeeld
In het vorige voorbeeld hebben we gezien dat de uiteindelijke belastingaanslag € 1.875 bedraagt bij een inkomen van € 15.000. Het percentage inkomstenbelasting is dus feitelijk 12,5 %.
Stel nu eens dat het inkomen € 30.000 wordt. De in beginsel verschuldigde belasting bedraagt nu € 11.190. De heffingskorting daarop bedraagt weer € 3.247. De uiteindelijk te betalen inkomstenbelasting bedraagt nu dus € 7.943. Het percentage inkomstenbelasting is nu 26,5%. Verhoudingsgewijs dus méér dan bij het lagere inkomen.
Verrekening van de heffingskorting
De heffingskorting wordt verstrekt op de totale aanslag over een kalenderjaar. Die totale aanslag wordt berekend over:
- het inkomen uit werk en woning (box 1); tarief oplopend van 34,15% tot 52 %
- het inkomen uit aanmerkelijk belang (box2); tarief 25%
- het inkomen uit vermogen (box 3); tarief 30%
De aanslag inkomstenbelasting krijg je nadat je aangifte hebt gedaan over je inkomsten. Die aanslag kan positief of negatief zijn al naar gelang de verschuldigde belasting, na aftrek van de heffingskorting, de inmiddels betaalde belasting overtreft.
De inmiddels betaalde belasting kan zijn betaald op een voorlopige aanslag, of door inhouding van loonheffing op loon of uitkering.
Heffingskorting via werkgever of uitkeringsinstantie
De algemene heffingskorting en de arbeidskorting worden bij inkomsten uit loondienst of uit een uitkering meestal direct toegepast. Dat betekent dat bij het inhouden van loonheffing op het brutoloon of op de bruto-uitkering de korting al wordt verrekend.
Terug
Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan
niet worden aanvaard.
|