© ZOO

De werking van heffingskortingen

Eerst iets over tarieven

Over je inkomen betaal je inkomstenbelasting. Daar zijn verschillende tarieven voor vastgesteld. De belangrijkste zijn: (afgeronde bedragen)

  • 33 % voor een inkomen uit werk en woning tot € 18.600
  • 42 % voor een inkomen uit werk en woning van € 18.600 tot € 33.400

Voor méér informatie over de belastingtarieven kun je terecht in het artikel tarieven en kortingen inkomstenbelasting.

Een voorbeeld

Stel dat je een belastbaar inkomen uit werk en woning hebt van € 15.000. Je bent dan in beginsel 33 % daarvan verschuldigd aan inkomstenbelasting ofwel € 5.000.

living statues 2009

Heffingskortingen

Deze belastingschuld hoef je niet altijd geheel te betalen. Je krijgt n.l. ook een of meer heffingskortingen. De belangrijkste zijn (afgeronde bedragen):

  • de algemene heffingskorting van € 2.000
  • de arbeidskorting van € 1.600

Het voorbeeld

Hierboven hebben we een voorbeeld gegeven van een belastingschuld van € 5.000 bij een inkomen van € 15.000. Stel nu dat je dit inkomen hebt verworven door werk in loondienst of door winst uit een zelfstandige praktijk.

Je hebt nu recht op de twee belangrijkste kortingen, n.l. de algemene korting en de arbeidskorting. In totaal bedraagt de korting ongeveer € 3.600. Van de aanslag van € 5.000 hoef je dus maar € 1.400 te betalen.

Het effect van de heffingskorting

De heffingskorting is een absoluut bedrag dat toegepast wordt op een procentuele belastingheffing. Dat betekent dat de korting gelijk blijft, ongeacht de hoogte van het inkomen. De resterende belastingaanslag wordt dus procentueel steeds hoger naarmate het inkomen hoger wordt. Dit wordt de progressie in de inkomstenbelasting genoemd.

Een voorbeeld

In het vorige voorbeeld hebben we gezien dat de uiteindelijke belastingaanslag € 1.400 bedraagt bij een inkomen van € 15.000. Het percentage inkomstenbelasting is dus feitelijk 9,5 %.

Stel nu eens dat het inkomen € 30.000 wordt. De in beginsel verschuldigde belasting bedraagt nu € 11.000. De heffingskorting daarop bedraagt weer € 3.600. De uiteindelijk te betalen inkomstenbelasting bedraagt nu dus € 7.400. Het percentage inkomstenbelasting is nu 24,6%. Verhoudingsgewijs dus méér dan bij het lagere inkomen.

Het progressieve tarief voor de inkomstenbelasting komt dus tot uiting in enerzijds de verschillende inkomensafhankelijke tarieven, èn in de werking van de heffingskortingen.

Verrekening van de heffingskorting

De heffingskorting wordt verstrekt op de totale aanslag over een kalenderjaar. Die totale aanslag wordt berekend over:

  • het inkomen uit werk en woning (box 1); tarief oplopend van 33 tot 52 %
  • het inkomen uit aanmerkelijk belang (box2); tarief 25%
  • het inkomen uit vermogen (box 3); tarief 30%

De aanslag inkomstenbelasting krijg je nadat je aangifte hebt gedaan over je inkomsten. Die aanslag kan positief of negatief zijn al naar gelang de verschuldigde belasting, na aftrek van de heffingskorting, de inmiddels betaalde belasting overtreft.

De inmiddels betaalde belasting kan zijn betaald op een voorlopige aanslag, of door inhouding van loonheffing op loon of uitkering.

Heffingskorting via werkgever of uitkeringsinstantie

De algemene heffingskorting en de arbeidskorting worden bij inkomsten uit loondienst of uit een uitkering meestal direct toegepast. Dat betekent dat bij het inhouden van loonheffing op het brutoloon of op de bruto-uitkering de korting al wordt verrekend.

Terug

Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan niet worden aanvaard.