Tarieven en heffingskortingen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2010
Het boxensysteem
De bronnen van inkomen worden belast naar verschillende tarieven. Daartoe worden de verschillende soorten inkomsten ondergebracht in 3 hoofdgroepen, boxen genoemd, waarin de verschillende tarieven gelden.
Box 1: Inkomsten uit wonen en werken
Hieronder vallen looninkomsten, bijverdiensten, inkomsten uit eigen woning, winst uit onderneming.
Tarief in 2010 voor personen jonger dan 65 jaar:
|
Tarieven inkomstenbelasting 2009
|
box 1 |
|
|
|
|
belasting wordt berekend over:
|
tarief:
|
|
inkomen < 18.218
|
33,45%
|
|
inkomen > 18.218 en < 32.738
|
41,95%
|
|
inkomen >32.738 en < 54.367
|
42%
|
|
inkomen > 54.367
|
52%
|
|
|
|
Box 2: Inkomsten uit aanmerkelijk belang
Hieronder vallen : dividend en huuropbrengsten uit een BV waarin je een aanmerkelijk aandelenpakket hebt.
Het tarief bedraagt 25%.
Box 3: Inkomsten uit vermogen
Dit is een fictief bepaald rendement van 4% van je totale gemiddelde vermogen. Het gemiddeld vermogen is het gemiddelde van de vermogens op 1 januari en 31 december.
Het tarief bedraagt in 2010 30% over dat fictief rendement, nadat dit is verminderd met de vrijstelling van € 20.661 per persoon, plus een vrijstelling van € 2.762 per minderjarig kind.
De vrijstelling is hoger voor wie op 31 december 65 jaar of ouder is. De ouderentoeslag op de vrijstelling bedraagt € 27.350 wanneer het inkomen in box 1 minder is dan € 13.978. Wanneer het inkomen in box 1 minder is dan € 19.445 maar meer dan € 13.978 bedraagt de ouderentoeslag € 13.675. Wanneer het inkomen in box 1 meer is dan € 19.445 vervalt de ouderentoeslag. Bovendien vervalt deze 'ouderentoeslag' wanneer het gemiddeld vermogen min het heffingvrij vermogen hoger is dan € 273.391 voor een alleenstaande en € 546.782 voor fiscale partners.
Heffingskorting
Aan de hand van het tarief wordt in elke box het belastingbedrag bepaald. Daarna wordt op het totaal van de verschuldigde inkomstenbelasting een heffingskorting in mindering gebracht. De hoogte daarvan is afhankelijk van veel factoren.
- De belangrijkste korting is de algemene heffingskorting: hij bedraagt € 1.987.
- Voor inkomsten uit werkzaamheden is er bovendien de arbeidskorting van € 1.489 tot 57 jaar. Voor ouderen is de korting hoger: € 1.752 voor 57-59-jarigen; € 2.012 voor 60-61-jarigen; € 2.273 voor 62-jarigen en ouder.
Er zijn er veel meer. We noemen er nog enkele:
- Een alleenstaande ouder met kind krijgt een heffingskorting van € 945. Wanneer deze ouder arbeid verricht is er een extra heffingskorting van 4,3% van de arbeidsinkomsten met een maximum van nog eens € 1.513.
Een eenvoudig voorbeeld:
Stel, er is een brutoloon van € 10.000 en een belastbare winst uit onderneming van € 12.000. Het totale inkomen bedraagt dan € 22.000. Hierover is een belasting verschuldigd van € 6.620.
De heffingskorting bedraagt € 3.476 voor iedereen, waardoor een bedrag aan inkomstenbelasting, na korting, van € 3.144 moet worden betaald. Wanneer je echter alleenstaande ouder met kind bent, bedraagt je heffingskorting in dit geval € 5.045 . De uiteindelijk te betalen belasting bedraagt dan € 1.575.
Is dit alles?
Nee, er zijn veel meer tarieven en er zijn veel meer heffingskortingen. Een woud van regeltjes waar de tweede kamer zich ieder jaar op uitleeft, en dat ieder jaar weer uitgebreid wordt. Ondoenlijk om ze hier allemaal uit de doeken te doen. Maar wanneer je een concrete vraag hierover hebt kunnen we je altijd wel een antwoord geven dat in jouw situatie van toepassing is.
Terug
Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan
niet worden aanvaard.
|