De omzetbelasting voor podiumkunstenaars tot 1 juli 2011
Tot 1 juli 2011 geldt nog steeds een btw-percentage van 6%. De hierna volgende schuingedrukte tekst is daarom tòt die datum nog actueel.
Zelfstandige artiesten zijn omzetbelastingplichtig. Optredens zijn tot en met juni 2011 meestal belast met 6%. Soms zijn activiteiten van artiesten vrijgesteld van omzetbelasting of juist belast met hoge btw-tarief van 19%. In dit artikel geven we aan wanneer die 6%-heffing geldt, en wanneer de uitzonderingen daarop gelden.
Omzetbelastingtarief
In beginsel zijn alle prestaties belast met het hoge tarief van 19% tenzij ze uitdrukkelijk aangemerkt zijn als:
Het 6%-tarief voor artiesten (tot 1 juli 2011)
Voor artiesten zijn er nogal wat prestaties te noemen die belast zijn met 6%. Kortweg:
Artiesten
Artiesten zijn voor de omzetbelasting niet alleen musici of acteurs. Het kunnen ook komieken, goochelaars, buiksprekers en circusartiesten zijn. Ook geldt het laagste btw-tarief voor acteurs in rollenspelen.
Optreden
Optredens zijn gelegenheden waarbij de artistieke prestatie direct of indirect door publiek kan worden aangehoord of aanschouwd. Daar valt ook onder het optreden voor radio en tv, deelname aan een cd-opname, uitvoeren van muziek voor films en optreden in reclamefilms. De vergoedingen daarvoor zijn belast met het lage tarief van 6%.
Deze regeling is gunstig, want het betekent dat een optreden dat belast is met het laagste tarief voor de consument 13% goedkoper is gemaakt. Dat was nu juist de bedoeling van de wetgever; het beoogde bevordering van het genieten van cultuur.
Dat betekent echter dat wanneer er géén sprake is van een optreden als artiest, het btw-tarief 19% moet zijn. Bij voorbeeld het deelnemen aan een spelletjesprogramma of het presenteren van een programma is geen optreden in de zin van de omzetbelasting. Ook niet het als pianist begeleiden van koor- of balletrepetities. Evenmin het zijn van dagvoorzitter of discussieleider. Een vergoeding voor het geven van een interview, of voor het interviewen van collega-artiesten is eveneens belast met het hoge tarief.
Wanneer een artiest wordt betaald voor repetities geldt daarvoor in beginsel het 19%-tarief, omdat het geen optreden voor publiek is. Wanneer echter de repetitie in het teken staat van een latere uitvoering voor publiek, en dat is bij een generale repetitie het geval, mag ook de vergoeding voor de repetitie met het laagste tarief belast worden. Immers de hoofdzaak van de prestatie is het optreden en alles wat je daarvoor doet moet daaraan worden toegerekend.
Het belang van het onderscheid is groot. Wanneer je aan een opdrachtgever factureert met 6%, terwijl de hoofdzaak van je prestatie niet een artistiek optreden is, zal de belastingdienst toch afdracht van 19% verlangen. Wanneer de belastingdienst dat later constateert kan dat tot naheffing met rente en boetes leiden. In de meeste gevallen kun je dat niet meer op je opdrachtgevers verhalen.
Pas op voor impresario's en opdrachtgevers die je onder druk zetten om toch maar 6% te rekenen, terwijl er geen sprake is van een artistiek optreden. Mocht dat later tot problemen met de belastingdienst leiden, is de schade op hen niet te verhalen.
Dirigenten en muzikale begeleiders
Het dirigeren van een koor of orkest tijdens een uitvoering wordt beschouwd als optreden, en mag gefactureerd worden met 6%. Het dirigeren van repetities geldt niet als optreden en mag dus uitsluitend met 19% gefactureerd worden. Over het dirigeren van generale repetities voor een aanstaand optreden is enige discussie mogelijk. Wanneer een uitvoerend musicus voor een generale repetitie met 6% mag factureren, zou je met enig recht kunnen stellen dat dit ook geld voor de dirigent. De dirigent mag dan factureren met 6% omzetbelasting, wanneer die repetitie uitsluitend in het teken staat van dat optreden. Een dirigent geldt dan als optredend artiest, net als de artiesten in het koor of orkest zelf. Repetities die niet specifiek gericht zijn op een aanstaand optreden vallen onder het algemene tarief van 19%.
Hetzelfde geldt voor pianisten die een koor begeleiden. Alléén het optreden mag met 6% gefactureerd worden, en mogelijk ook de generale repetitie. Het gebruikelijke begeleiden van repetities valt altijd onder het hogere btw-tarief van 19%. In twijfelgevallen ligt een zware bewijslast bij de artiest zelf.
Om onduidelijkheden te voorkomen kan het handig zijn om de repetitie voor een optreden en het optreden zelf tegelijk te factureren. Bovendien: de bewijslast dat er sprake is van een repetitie die uitsluitend in het teken staat van het aanstaand optreden ligt bij de artiest. Dat bewijs is niet makkelijk. De veronderstelling dat iedere repetitie in het teken staat van een later optreden is voor de heffing van omzetbelasting een heilloze weg.
Nog wat andere uitzonderingen op het 6%-tarief
Het 6%-tarief geldt niet voor het verlenen van toegang tot dance-parties. Voor het verlenen van toegang tot een voorstelling waarbij dj's optreden is in beginsel 19% omzetbelasting verschuldigd.
Het 6%-tarief geldt echter wel weer als de dj's kunnen worden aangemerkt als professioneel uitvoerende artiesten. Daarvan is sprake als van het werk van de dj's opnames worden gemaakt in een professionele studio en die opnames worden uitgebracht op platen of cd's; en over het werk van de dj's en hun artistieke kwaliteiten artikelen verschijnen in gerenommeerde vakbladen, geschreven door collega's of vakgenoten. De organisator van een dance-party moet aantonen dat de daar optredende dj's aan deze criteria voldoen. Het verlenen van toegang tot uitvoeringen van vj's is belast met 19%.
Optredens die gericht zijn op erotisch vermaak zijn uitdrukkelijk uitgezonderd van het lage tarief.
Terug