Beeldrijk belastingadvies, administratie, conflictbemiddeling, zakelijke begeleiding
identiteiten identiteiten
empty 
actualiteiten  
empty 
empty 
formaliteiten  
empty 
cursus & training cursus & training
empty 
beeldruimte  
empty 
fiets & bedrijf fiets & bedrijf
empty 
ontwerpers  
empty 
overzicht overzicht
  

empty  

© ZOO
Fiscaliteiten en aansprakelijkheid
De voorbereiding voor de aangifte inkomstenbelasting
Electronisch aangifte doen
Bestanden om te downloaden
Fiscaal ondernemerschap
Zelfstandigenaftrek
Urenverantwoording
Kunst en omzetbelasting
Kunstenaar en galerie
Artiest en belastingen
Beroepskosten
Fiets en bedrijf
Autokosten
Werkruimte
Scholing, training en onderwijs
Investeren en afschrijven
Samenwerking en rechtsvormen
Buitenland
Journalisten, schrijvers en componisten
Therapeuten
Zorgstelsel
Aanslagen
Aangiften inkomstenbelasting
Aangiften omzetbelasting
Toeslagen op het inkomen
De verklaring arbeidsrelatie
Facturering en incasso
Calculatie en offreren
Kinderen en kinderopvang
De WIK
Subsidies en stipendia
De eigen woning en de hypotheekrente
Gemeentelijke belastingen
Verzekering
Erfrecht

Bestelauto en grijs kenteken

Vanaf 2005 zijn de fiscale regelingen voor het gebruik van bestelauto's veranderd om het oneigenlijk voordeel voor particulieren te beperken.

Die voordelen, die vanaf 2005 dus alleen maar voor zelfstandige ondernemers of beroepsuitoefenaren beschikbaar zijn, zijn de volgende:

  • De aanschafprijs van de bestelauto is lager omdat de BPM (Belasting Personenauto's en Motorrijwielen) mag worden teruggevraagd. Tot 2005 werd aan gebruikers van een bestelauto geen BPM bij aanschaf in rekening gebracht. Vanaf 2005 geldt dat de BPM bij iedere aanschaf van een bestelauto moet worden betaald, en dat alleen ondernemers die BPM kunnen terugkrijgen van de belastingdienst.
  • Vanaf 2007 zal dit weer veranderd zijn. Dan betaal je de BPM niet meer aan de dealer, maar aan de belastingdienst.
  • De motorrijtuigenbelasting voor een bestelauto was tot en met juni 2005 lager dan die voor een personenauto. Vanaf juli 2005 is de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto's net zo hoog als die voor personenauto's. Alleen zelfstandige ondernemers en gehandicapten kunnen op verzoek een verlaging van de motorrijtuigenbelasting krijgen.

Ondernemerschap

Wie is nu ondernemer?

Dat zijn in dit geval de personen die voldoen aan de criteria die voor de omzetbelasting worden gesteld aan het ondernemerschap. Die criteria zijn samen te vatten als: duurzaam deelnemen aan het economisch verkeer.

In de praktijk betekent dit dat ieder die voor de inkomstenbelasting of voor de omzetbelasting als ondernemer is geaccepteerd daaraan voldoet. Ook wie niet winst uit onderneming geniet maar resultaat uit werkzaamheden wordt hier als ondernemer beschouwd.

Startende ondernemers komen eveneens in aanmerking. Maar omdat zij nog niet bij de belastingdienst bekend waren als ondernemer kan de procedure voor teruggave van BPM wel eens lastiger en langduriger worden.

Vrijstelling van omzetbelasting

Het vrijgesteld zijn van omzetbelasting is geen beletsel voor de teruggave van BPM. Ook een ondernemer die vrijgestelde prestaties verricht is in beginsel omzetbelastingplichtig, zij het dan dat de prestaties vrijgesteld zijn.

Echter, zelfstandigen die alléén maar vrijgestelde prestaties verrichten hebben vaak geen omzetbelasting-identificatienummer (of: btw-nummer). Dat geldt bij voorbeeld voor hen die structureel in het onderwijs of in de gezondheidszorg ondernemen. Dat kan tot gevolg hebben dat het terugkrijgen van BPM lastiger en trager zal verlopen. Een principieel verschil met omzetbelastingplichtige zelfstandigen is er echter niet.

Méér dan bijkomstig gebruik van de bestelauto in de onderneming

Een extra criterium is dat het gebruik van de bestelauto in de onderneming 'méér dan bijkomstig' is. Dat is een nieuw begrip. Wat beschouwd moet worden als bijkomstig of méér dan bijkomstig zal in de rechtspraak nog uitgebreid aan de orde komen. We gaan er nu vanuit dat een zakelijk gebruik van méér dan 10% aan dit criterium voldoet.

Vooral bij startende ondernemers is het lastig om aan de bewijslast voor méér dan bijkomstig gebruik te voldoen. Een behoorlijke kilometeradministratie is daarbij in elk geval vereist.

Ondernemingsvermogen

Wanneer de bestelauto als ondernemingsvermogen wordt beschouwd is dat een aanwijzing dat er sprake is van méér dan bijkomstig gebruik in de onderneming. Het is echter géén harde eis om de auto in het ondernemingsvermogen op te nemen.

Dit is nog een onduidelijk punt. De bestelauto kan n.l. zowel voor de inkomstenbelasting als voor de omzetbelasting tot het ondernemingsvermogen worden gerekend, en deze keuze kan zelfs verschillend zijn. Wij gaan er van uit dat het ondernemersbegrip voor de omzetbelasting maatgevend is. En daarop volgend dat wanneer de auto voor de omzetbelasting tot het ondernemingsvermogen wordt gerekend de teruggave van BPM zekerder is.

Het punt van het ondernemingsvermogen zal echter alleen bij twijfel aan het méér dan bijkomstig gebruik aan de orde komen.

Auto 'op de zaak' ?

Het begrip auto 'op de zaak' betekent niets. Het enige wat hier telt is of je de auto meer dan bijkomstig in de onderneming gebruikt. Wel is het van belang dat het kentekenbewijs van de bestelauto op naam van de ondernemer staat. Immers, de teruggave van BPM wordt uitsluitend verstrekt aan de houder van het kentekenbewijs, en die moet dus als ondernemer worden geaccepteerd. Het kan dus van belang zijn dat de naam waarop de auto geregistreerd staat gelijkluidend is aan de naam waaronder je voor de heffing van omzetbelasting bekend staat bij de belastingdienst.

De verrekening van de BPM

De BPM wordt tot en met 2006 door ieder gewoon betaald bij de levering. Alleen ondernemers kunnen die BPM terugvragen bij de belastingdienst. Je zult dus dat ondernemerschap moeten aantonen.

  • Vanaf 2007 zal dit weer veranderd zijn. Dan betaal je de BPM niet meer bij levering, maar aan de belastingdienst. Alleen wanneer je de bestelauto méér dan bijkomstig gebruikt in het kader van je onderneming, krijg je vrijstelling van BPM.
  • Wanneer aan de eis van het ondernemerschap en aan de eis van het méér dan bijkomstig gebruik binnen 5 jaar na de aankoop niet meer wordt voldaan, dan moet de BPM gedeeltelijk worden terugbetaald. Dat moet ook wanneer de auto binnen die 5 jaar wordt verkocht aan een particulier of wanneer binnen 5 jaar de onderneming wordt beëeindigd. Deze vijfjaarstermijn geldt als een aaneengesloten periode.

    De BPM wordt terugbetaald aan de houder van het kentekenbewijs wanneer die bij de eerste registratie ondernemer is. De terugbetaling gebeurt dus niet wanneer de auto eerst geregistreerd is op naam van een particulier, en daarna wordt overgedragen aan een kentekenbewijshouder die ondernemer is.

    Formulieren voor teruggave zijn bij de dealer en bij de belastingdienst verkrijgbaar. Meestal wordt de BPM binnen een maand al terugbetaald.

    Toch is dit voor velen een lastige procedure omdat je de BPM moet voorfinancieren, nog afgezien van de bureaucratie. Om daaraan tegemoet te komen is het vanaf eind 2006 mogelijk voor ondernemers om de BPM niet meer te hoeven betalen bij aankoop, mits ze een verklaring van de belastingdienst aan de autoleverancier kunnen overleggen waaruit blijkt dat ze als ondernemer bekend staan.

    En zo wordt de ene ingewikkeldheid ingeruild voor de andere ingewikkeldheid. In ieder geval is hiermee het probleem van de voorfinanciering van BPM voor velen opgelost. En de bureaucratie heeft er weer een leuke formaliteit bij.

    Anti-misbruikbepalingen

    Wanneer de teruggave van BPM ten onrechte gebeurt, of wanneer er niet wordt terugbetaald wanneer dat zou moeten, geldt een boete tot € 4.537 bij een lichte schuld. Wanneer er opzettelijk handelen wordt verondersteld kan de boete 100% van de naheffing zijn.

    Een oude misbruikbepaling blijft in stand: wanneer je in de laadruimte van een bestelauto een persoon vervoert leidt dat tot een BPM-boete van € 453 per keer. Dat geldt voor bestelauto's die vóór 1 januari 2005 zijn aangeschaft evenzeer.

    hummer extended

    Gevolgen voor de motorrijtuigenbelasting

    De bestelauto die eigendom is van een particulier wordt voor de motorrijtuigenbelasting beschouwd als personenauto. Dat betekent vanaf 2005 een verhoging van de motorrijtuigenbelasting voor wie een bestelauto rijdt als particulier. Die verhoging gaat in 2 fasen. Vanaf 1 januari gaat de motorrijtuigenbelasting ongeveer €76 per jaar omhoog voor alle auto's. Vanaf 1 juli 2005 is de motorrijtuigenbelasting hoger voor bestelauto's, en gelijk aan het tarief voor personenauto's.

    Voor de bestelauto die eigendom is van een ondernemer kan vervolgens op verzoek het lage tarief voor de motorrijtuigenbelasting worden toegepast. Maar dat tarief is dan wel inmiddels € 76 per jaar hoger dan vóór 2005.

    Voor de bestelauto die eigendom is van een gehandicapte particulier wordt een apart tarief voor de motorrijtuigenbelasting geheven. De verhoging van € 76 geldt voor hen niet; het aparte tarief voor gehandicapte automobilisten is nauwelijks hoger is dan het tarief dat in 2004 gold.

    Gevolgen voor de inkomstenbelasting

    Wie een bestelauto in gebruik heeft die door de werkgever ter beschikking is gesteld of tot het bedrijfsvermogen van de ondernemer behoort, moet voor privé-genot een bedrag tot het inkomen rekenen. Dat wordt vaak de 'bijtelling' genoemd. Vanaf 2005 verandert er iets in die bijtelling voor nieuwe auto's.

    De grondslag voor deze correctie blijft hetzelfde: meestal 22% van de catalogusprijs. Echter voor bestelauto's behoort vanaf 2005 de BPM tot de catalogusprijs. Het bedrag van de inkomenscorrectie is daardoor voor een auto van na 1 januari 2005 hoger dan die voor een oudere auto.

    Gevolgen voor de omzetbelasting

    Dit effect doet zich ook voor bij de omzetbelasting over het privé-gebruik. Die omzetbelasting wordt berekend met: 12% van 22% van de catalogusprijs. Wanneer de catalogusprijs hoger wordt door de BPM, wordt ook die 22% hoger, en ook de 12% die daarover moet worden afgedragen.

    Terug

    Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan niet worden aanvaard.

    Borgward P 100