© ZOO

De zakelijke auto die ook voor privé-doeleinden wordt gebruikt

Een auto kan voor de inkomstenbelasting tot het beroepsvermogen worden gerekend of tot het privé-vermogen. De keuze is niet geheel vrij. De auto is voor de inkomstenbelasting verplicht beroepsvermogen indien hij voor meer dan 90% zakelijk wordt gebruikt. Wanneer hij minder dan 90% zakelijk gebruikt wordt, maar méér dan 10% mag je er voor kiezen hem tot het bedrijfsvermogen te rekenen.

Wanneer je eenmaal de keuze hebt gemaakt, mag je er niet meer van afwijken. Pas bij verkoop of inruil mag voor de nieuwe auto opnieuw een keuze worden gemaakt.

Gevolgen voor de inkomstenbelasting

Wanneer een auto tot het bedrijfsvermogen wordt gerekend mogen alle autokosten als bedrijfskosten worden geboekt. Dat wil zeggen: brandstof, onderhoud, reparatie, tolgelden en veergelden, verzekering, motorrijtuigenbelasting en parkeergelden. Alléén verkeersboetes mogen nooit als kosten worden beschouwd.

Daarop moet vervolgens een correctie worden toegepast voor het privégebruik. Die correctie wordt uitgedrukt in een percentage van de oorspronkelijke catalogusprijs van de auto. De catalogusprijs is de nieuwprijs inclusief omzetbelasting van de auto, inclusief alle accessoires die zijn meegekocht. Deze correctie voor privégebruik wordt ook wel de bijtelling genoemd, omdat met het bedrag van de correctie het belastbaar inkomen wordt verhoogd.

Die correctie geldt altijd voor een auto die tot het bedrijfsvermogen wordt gerekend, tenzij door middel van een sluitende kilometeradministratie wordt aangetoond dat het privégebruik minder dan 500 km per jaar is. Deze bewijslast is zwaar. De kilometeradministratie moet in dat geval absoluut betrouwbaar zijn en getoetst kunnen worden aan kilometerstanden. Wanneer de auto niet het gehele kalenderjaar tot het bedrijfsvermogen behoort wordt het kilometrage van de maanden waarin dat wel het geval was geëxtrapoleerd naar een jaarkilometrage.

Abbey Road 40 years

De correctie voor privégebruik in de inkomstenbelasting

De correctie is een percentage van de catalogusprijs. Dat percentage is gedifferentieerd. Het bedraagt in beginsel 25%. Het bedraagt 20% wanneer er sprake is van een zuinige auto en 14% wanneer de auto een zéér zuinige is. Zuinigheid is weliswaar de aanduiding, maar in werkelijkheid gaat het om de uitstoot van CO2.

Een auto met een CO2-uitstoot van 110-120g/km (benzine) of 95-104 g/km (diesel) is een zuinige auto. Een auto met een CO2- uitstoot van maximaal 95 g/km (benzine) of maximaal 110 g/km (diesel) geldt als een zéér zuinige auto.

Voor electrische auto's, ook wel genoemd 0%-emissie-auto's alhoewel dat absoluut niet klopt, geldt voor 2010 en 2011 een correctiepercentage van 0%, en daarna een percentage van 7% van de catalogusprijs. Dit, om de overstap van zéér vervuilende naar nog steeds maar minder vervuilende auto's te bevorderen.

Een rekenvoorbeeld

Stel, je hebt een auto die tot het bedrijfsvermogen wordt gerekend. Hij heeft ooit nieuw € 20.000 gekost. Je hebt hem tweedehands gekocht voor € 15.000. Hij gaat nog 5 jaar mee.

De afschrijvingskosten zijn per jaar 1/5 van € 15.000 ofwel € 3.000 per jaar. De jaarlijkse gemiddelde onderhoudskosten zijn € 1.300; de brandstofkosten € 1.500; de vaste lasten € 1.200; en de parkeerkosten zijn € 500. De auto kost dus per jaar € 7.500. Dat zijn de kosten die in de jaarlijkse winstberekening worden afgetrokken.

De correctie voor privégebruik is, wanneer het gewone vervuilende auto is, 25% van de catalogusprijs ofwel € 5.000. De aftrek van autokosten en laste van de winst bedraagt dus jaarlijks gemiddeld per saldo € 7.500 minus € 5.000 ofwel € 2.500.

Deze uitkomst is vrij willekeurig. Afhankelijk van de aanschafprijs, levensduur, tweedehandsigheid en wijze van rijden kan de uitkomst hoger of lager zijn.

Abbey Road 40 years

Maar ook de zuinigheid van een auto kan een grote invloed op de berekening hebben. Stel dat je een zéér zuinige auto nieuw koopt. Aanschafprijs € 14.000. Hij gaat 7 jaar mee dus afschrijvingskosten jaarlijks € 2.000. Brandstof € 1.000, vaste lasten € 1.000, onderhoud gemiddeld € 500, parkeren € 500. Totale gemiddelde kosten per jaar dus € 5.000.

De correctie voor privégebruik bedraagt nu 14% ofwel € 2.240. De kostenpost die nu per saldo van de winst mag worden afgetrokken bedraagt € 5.000 minus € 1.960 ofwel € 3.040.

De auto in dit tweede voorbeeld kost dus minder, maar levert tegelijkertijd een hogere aftrekpost op. Het gevolg van verstandiger rijden in combinatie met een fiscale begunstiging.

Beperking van de correctie voor privégebruik

De correctie voor privégebruik bedraagt nooit méér dan de autokosten zelf. Dat is vooral van belang bij tweedehands auto's waarvan de afschrijving erg laag is of zelfs € 0 omdat de restwaarde al bereikt is.

Stel dat de totale autokosten slechts € 4.500 zijn geweest bij het ontbreken van afschrijvingskosten, en de catalogusprijs van de auto was ooit € 20.000. Dan bedraagt de correctie voor privégebruik 25% over € 20.000 ofwel in principe € 5.000. Dat is echter méér dan de werkelijke autokosten, en daarom blijft de correctie beperkt tot € 4.500. Het resultaat is dat per saldo géén autokosten ten laste van de winst worden gebracht.

In zo'n geval is het zelfs onverstandig om de auto tot het bedrijfsvermogen te rekenen. Er zou een aftrekpost uitkomen wanneer de kosten waren berekend op basis van € 0,19 per zakelijk gereden kilometer. Dat mag echter alleen wanneer je bij de aanschaf van de auto ervoor gekozen had om de auto tot het privévermogen te rekenen.

Abbey Road 40 years

Investeringsaftrek voor auto's

Investeringen in het bedrijfsvermogen worden in het belastingstelsel vaak fiscaal beloond met investeringsaftrek. Investeringsaftrek is een bedrag dat je van het belastbaar inkomen mag aftrekken wanneer je in het jaar voor méér dan € 2.200 hebt geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen. De aftrek is een percentage van het investeringsbedrag exclusief omzetbelasting. Het percentage in 2010 is 28%.

Investeringsaftrek geldt in elk geval voor bestelauto's, en in de meeste gevallen niet voor personenauto's.

In de jaren 2010 en 2011 mag echter wel investeringsaftrek worden toegepast wanneer de auto een zéér zuinige is of een electrische.

De verklaring 'géén privégebruik'

Vanaf 1 januari 2012 is er een ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik’ voor auto's die tot het beroepsvermogen worden gerekend.. Een zelfstandige die aannemelijk kan maken dat hij of zij met de auto geen enkele kilometer privé rijdt, krijgt een verklaring van de belastingdienst. Daarmee hoef je geen correctie te maken voor het privégebruik van de auto (de 'bijtelling') en géén rittenadministratie bij te houden.

De Belastingdienst controleert de naleving van de verklaring met ambulant toezicht. Dat betekent dat gecontroleerd wordt met camera-auto's op typische plekken waar mensen voor privédoeleinden met de auto komen. Dat zijn woonboulevards, pretparken, popconcerten etcetera. Het wordt ook wel de “eftelingmethode'genoemd.

Het grootste belang ervan is het vervallen van het werk dat verbonden is aan de rittenadministratie. Die is voor een zelfstandige die eén auto in gebruik heeft en voornamelijk lange ritten maakt naar opdrachtgevers niet zo heel erg lastig. Maar wanneer je veel korte ritjes maakt en daarmee bijna de hele dag op de weg zit, is het een belangrijke last.

De regeling is overigens vooral opgezet voor bedrijven waarvan werknemers met de auto onderweg zijn.

Terug

Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan niet worden aanvaard.