Beeldrijk belastingadvies, administratie, conflictbemiddeling, zakelijke begeleiding
identiteiten identiteiten
empty 
actualiteiten  
empty 
empty 
formaliteiten  
empty 
cursus & training cursus & training
empty 
beeldruimte  
empty 
fiets & bedrijf fiets & bedrijf
empty 
ontwerpers  
empty 
overzicht overzicht
  

empty  

© ZOO
Fiscaliteiten en aansprakelijkheid
De voorbereiding voor de aangifte inkomstenbelasting
Electronisch aangifte doen
Bestanden om te downloaden
Fiscaal ondernemerschap
Zelfstandigenaftrek
Urenverantwoording
Kunst en omzetbelasting
Kunstenaar en galerie
Artiest en belastingen
Beroepskosten
Fiets en bedrijf
Autokosten
Werkruimte
Scholing, training en onderwijs
Investeren en afschrijven
Samenwerking en rechtsvormen
Buitenland
Journalisten, schrijvers en componisten
Therapeuten
Zorgstelsel
Aanslagen
Aangiften inkomstenbelasting
Aangiften omzetbelasting
Toeslagen op het inkomen
De verklaring arbeidsrelatie
Facturering en incasso
Calculatie en offreren
Kinderen en kinderopvang
De WIK
Subsidies en stipendia
De eigen woning en de hypotheekrente
Gemeentelijke belastingen
Verzekering
Erfrecht

Successiebelasting bij vererving

Het successierecht

Er is belasting verschuldigd over alles wat verkregen wordt krachtens erfrecht. Deze belasting heet successierecht. Er zijn wel vrijstellingen. De hoofdregel is dat hoe verder verwijderd de bloedverwantschap is, des te hoger de belasting.

Het tarief van het successierecht wordt per schijf vastgesteld. Hoe meer men erft des te meer successierecht moet over de top betaald worden.

Het tarief van het successierecht bedraagt voor echtgenoten, geregistreerde partners, kinderen en ongehuwd samenwonenden (die minimaal vijf jaren hebben samengewoond) minimaal 5 procent en maximaal 27 procent.

Voor ouders, broers en zusters bedraagt het tarief minimaal 26 procent en maximaal 53 procent. Voor overige erfgenamen is het tarief minimaal 41 procent en maximaal 68 procent.

Voor rechtspersonen met een goed doel bestaat een vast tarief van 11 procent. De belastingdienst moet aan deze instelling wel een kwalificatie hebben verstrekt dat de instelling in aanmerking komt voor dat verlaagde tarief. Globaal gezegd kunnen in Nederland gevestigde instellingen op kerkelijk, charitatief en cultureel terrein en instellingen voor het algemeen nut aan dit criterium voldoen.

De successie-aangifte

De aangifte voor het successierecht moeten de erfgenamen (of moet de executeur-testamentair) uiterlijk binnen acht maanden na het overlijden doen. Ook voor deze belastingaangifte bestaan formulieren die een van de erfgenamen automatisch toegestuurd krijgt. Gebeurt dat niet, dan moeten de erfgenamen zelf een aangiftebiljet vragen.

Er zijn twee soorten formulieren: een uitgebreid aangifteformulier-Su en een verkorte versie, aangeduid met de letters Sk. De Inspectie Registratie en Successie zal één van deze formulieren aan het daar bekende adres van de erfgenamen toezenden.

Het uitgangspunt voor de aangifte is dat de waarde van de bezittingen en schulden op het moment van overlijden wordt aangegeven. Het kan zijn dat hiervoor getaxeerd moet worden, bijvoorbeeld voor huizen of kunstvoorwerpen.

De schulden die op het moment van overlijden reeds bestonden zijn aftrekbaar. Ook de begrafenis- of crematiekosten zijn aftrekbaar. De kosten om de boedel af te wikkelen zijn niet aftrekbaar voor het successierecht. Denk hierbij aan de notariskosten, taxatiekosten of de beloning voor de executeur-testamentair.

De inhoud van de successie-aangifte

Verschillende personen kunnen gerechtigd zijn tot de nalatenschap. Dit zijn de erfgenamen. Daarnaast kunnen door de overledene bepaalde goederen of geld aan personen gelegateerd zijn. Deze personen worden legatarissen genoemd. Iedere verkrijger moet over het door hem of haar verkregene successierecht betalen.

In het aangifteformulier moeten gegevens worden verstrekt over:

  • de overledene
  • een eventueel testament
  • het vermogen en de schulden waaruit de nalatenschap bestaat naar de toestand op de dag van het overlijden
  • de erfgenamen en legatarissen
  • de begrafenis- of crematiekosten

Vrijstellingen voor het successierecht in 2004

De bedragen voor 2006 komen zeer binnenkort.

Er bestaan vrijstellingsbedragen en drempelbedragen. Wanneer een vrijstellingsbedrag geldt is alleen het meerdere boven de vrijstelling belast. Wanneer een drempelbedrag geldt, dan is de gehele verkrijging belast wanneer het drempelbedrag wordt overschreden.

  • echtgenoten: vrijstelling € 496.324
  • jonge kinderen: vrijstelling € 4.243 per jaar dat zij jonger zijn dan 23 jaar met een minimum van € 8.483
  • oudere kinderen: vrijstelling € 8.483 voor kinderen ouder dan 23 jaar mits de verkrijging niet hoger is dan een drempelbedrag van € 25.448
  • invalide kinderen: vrijstelling € 4.243 per jaar dat zij jonger zijn dan 23 jaar met een minimum van € 12.725 en voor invalide kinderen ouder dan 23 jaar € 12.725 mits de verkrijging niet hoger is dan een drempelbedrag van € 25.448
  • ouders: vrijstelling € 42.413 mits de ouder niet samenwoont met de overledene
  • andere bloedverwanten in de rechte lijn (grootouders, kleinkind): drempelbedrag € 8.483
  • alle andere gevallen (ook broers en zusters, en ook kinderen wanneer de verkrijging meer dan € 25.448 waard is): drempelbedrag € 1.839

Voor de echtgenoot zal de feitelijke vrijstelling lager kunnen zijn dan de hiervoor genoemde bedragen omdat eventuele pensioenrechten er nog van afgetrokken moeten worden. De grens ligt in 2004 bij € 141.807 voor de echtgenoot. Lager kan de vrijstelling voor hen niet worden. Voor de kinderen blijven de hiervoor genoemde minimumbedragen gelden.

Het tarief

Erven echtgenoten meer dan de vrijstelling, dan betalen zij over de overschrijding een belastingtarief van 5% tot maximaal 27%. Dit belastingtarief geldt ook voor kinderen. Zij betalen 5% tot maximaal 27% over alles wat ze meer krijgen dan hun vrijstelling. Tenzij de kinderen ouder zijn dan 23 jaar en meer ontvangen dan € 25.448. In dat geval zijn de kinderen over hun totale verkrijging belasting verschuldigd. Indien ouders meer dan de vrijstelling erven geldt voor het meerdere een belastingtarief van 26 tot 53%.

Erven broers en zusters en ouders en grootouders meer dan het drempelbedrag, dan betalen zij een tarief van 26% tot 53% over de gehele verkrijging.

Voor verkrijgingen hoger dan de drempel door (achter)kleinkinderen wordt uitgegaan van het percentage dat voor kinderen geldt, waarna het berekende bedrag met 60% wordt verhoogd. (Achter)kleinkinderen betalen dan minimaal 8% en maximaal 43,2%.

Alle andere verkrijgers betalen een tarief van 41% tot 68%.

De partner

De wet noemt als erfgenaam: de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot van de erflater, tezamen met diens kinderen. De partner is dus alleen automatisch erfgenaam wanneer de partners echtgenoten waren, dus burgerlijk getrouwd. Het nieuwe erfrecht geldt dus niet zomaar voor samenwoners. Zij zijn niet automatisch elkaars erfgenaam, ook niet wanneer zij een samenlevingscontract hebben opgemaakt. Er moet altijd een testament worden opgesteld.

Partnerschap voor de successiebelasting

Samenwoners worden voor de Successiewet wel gelijkgesteld met echtgenoten, waardoor zij in aanmerking komen voor de voor echtgenoten vastgestelde vrijstelling voor het recht van successie, mits zij voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • zij moeten beiden 18 jaar of ouder zijn
  • zij moeten samenlevingscontract hebben dat tenminste 6 maanden oud is
  • zij moeten samen staan ingeschreven op eenzelfde woonadres bij de burgerlijke stand
  • zij moeten voor de inkomstenbelasting hebben gekozen voor het zogenaamd fiscaal partnerschap gedurende vijf jaren of zolang de samenleving heeft geduurd wanneer dat korter is dan 5 jaar

Deze bepalingen zijn alleen van fiscale aard en staan dus formeel los van het erfrecht.

Terug

Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan niet worden aanvaard.