Beeldrijk belastingadvies, administratie, conflictbemiddeling, zakelijke begeleiding
identiteiten identiteiten
empty 
actualiteiten  
empty 
empty 
formaliteiten  
empty 
cursus & training cursus & training
empty 
beeldruimte  
empty 
fiets & bedrijf fiets & bedrijf
empty 
ontwerpers  
empty 
overzicht overzicht
  

empty  

© ZOO
Fiscaliteiten en aansprakelijkheid
De voorbereiding voor de aangifte inkomstenbelasting
Electronisch aangifte doen
Bestanden om te downloaden
Fiscaal ondernemerschap
Zelfstandigenaftrek
Urenverantwoording
Kunst en omzetbelasting
Kunstenaar en galerie
Artiest en belastingen
Beroepskosten
Fiets en bedrijf
Autokosten
Werkruimte
Scholing, training en onderwijs
Investeren en afschrijven
Samenwerking en rechtsvormen
Buitenland
Journalisten, schrijvers en componisten
Therapeuten
Zorgstelsel
Aanslagen
Aangiften inkomstenbelasting
Aangiften omzetbelasting
Toeslagen op het inkomen
De verklaring arbeidsrelatie
Facturering en incasso
Calculatie en offreren
Kinderen en kinderopvang
De WIK
Subsidies en stipendia
De eigen woning en de hypotheekrente
Gemeentelijke belastingen
Verzekering
Erfrecht

Afschrijving op investeringen

Afschrijven

De aanschaffingskosten van investeringen worden niet in het jaar van aanschaf ineens ten laste van de winst gebracht maar worden verdeeld over de levensduur als kosten geboekt. Dat wordt afschrijven genoemd.

Een voorbeeld: de aanschaf van een machine die 4 jaar meegaat, en € 3.600 kost wordt weliswaar in de boekhouding van het jaar van aanschaf voor het volle bedrag geboekt maar de aanschaffingskosten worden vervolgens verdeeld over 4 jaar. De kosten die ten laste van de winst worden gebracht zijn € 900 per jaar. Niet dus: € 3.600 kosten in het jaar van aanschaf.

Zie echter ook onderin dit artikel de afschrijvingsregels voor 2007 en later.

voorbeeld van een investering

Afschrijven naar tijdsgelang

Als in de loop van een jaar geďnvesteerd wordt zal in dat jaar maar een gedeelte worden afgeschreven, naar rato van het aantal maanden van het gebruik. Stel dat op 1 mei 2006 was geďnvesteerd in een machine van € 3.000 die 4 jaar meegaat, dan is de afschrijving in 2006 € 500; in 2007 € 750; in 2008 € 750, in 2009 € 750; en in 2010 € 250.

Boekwaarde

Na afschrijving daalt de waarde waarvoor de investering op de balans wordt opgenomen. Na verloop van de levensduur wordt deze waarde, de boekwaarde genaamd, € 0. Als je uitgaat van het vorige voorbeeld wordt de boekwaarde op de balans van 31 december 2006 € 2.500; op 31 december 2007 € 1.750; op 31 december 2008 € 1.000; op 31 december 2009 € 250; op 31 december 2010 € 0.

voorbeeld van een investering

Restwaarde

In de vorige voorbeelden is de uiteindelijke boekwaarde op € 0 gesteld. Eigenlijk moet worden uitgegaan van een geschatte levensduur waarna een geschatte restwaarde overblijft. Stel, er wordt een computer gekocht voor € 3.000 die na 2 jaar zal worden afgestoten. De opbrengst of restwaarde op dat moment wordt nu geschat op € 500. Er moet dan een kostenpost van € 2.500 worden verdeeld over 2 jaren. De jaarlijkse afschrijvingskosten bedragen € 1.250.

Zijn er vaste regels voor afschrijving?

Enkele:

De eerste regel is dat je vooraf een schatting maakt van de levensduur en de restwaarde na verloop van de tijd die jíj gebruik wilt maken van de investering. Het gaat er dus niet om of een computer 2, 3 of 4 jaar meegaat; het gaat erom hoelang jíj hem wilt gebruiken. Dat kan ook anderhalf jaar zijn wanneer je voortdurend de nieuwste wilt hebben.

De tweede regel is dat je uitgaat van de geschatte economische levensduur en niet van de werkelijke levensduur. Je bedrijfsfiets gaat misschien wel 20 jaar mee maar na 4 jaar staat hij echt alleen maar als reserve in je bedrijfsruimte voor wanneer je nieuwe bedrijfsfiets even in de reparatie is. De afschrijvingstermijn is dan 4 jaar.

De derde regel is dat je een bestendige gedragslijn hanteert. Een eenmaal vastgesteld percentage afschrijving kan niet zo maar worden gewijzigd; je gaat er mee door totdat de restwaarde is bereikt of totdat het bedrijfsmiddel niet meer wordt gebruikt.

voorbeeld van een investering

Nieuwe afschrijvingsregels vanaf 2007

Vanaf 2007 is de betrekkelijke vrijheid die je hebt bij het bepalen van de afschrijvingstermijn van de baan. De jaarlijkse afschrijvingskosten die ten laste van de fiscale winst gebracht mogen worden, zijn beperkt:

  • Roerende goederen: maximaal 20% van de aanschaffingswaarde.
  • Onroerend goed dat in het bedrijf gebruikt wordt: tot 50% van de WOZ-waarde mag worden afgeschreven.
  • Onroerend goed ten behoeve van een belegging: tot 100% van de WOZ-waarde mag worden afgeschreven.
  • Goodwill: maximaal 10% van de aanschaffingsprijs.

Het zijn wat bizarre beperkingen omdat het met de bestaande regels ook al mogelijk was om al te rigoureuze afschrijving te voorkomen. Wij betwijfelen het nut hiervan.

Het gevolg hiervan in de praktijk is wat ingewikkeld.

Stel dat je computers hebt aangeschaft. Je weet nu al dat ze na drie jaar aan de kant gaan en vervangen worden. Je mag dan toch maar 20% per jaar afschrijven. Na drie jaar gaan ze naar de sloop en je koopt nieuwe computers. Van de oude computers wordt dan resterende boekwaarde afgeboekt tot € 0. De afschrijving die je in de eerste drie jaren feitelijk te weinig hebt geboekt, komt als kostenpost in dat derde jaar terecht.

Stel nu dat die computers weliswaar aan de kant gaan, maar voor reservedoeleinden beschikbaar blijven. In dat geval mag je ze niet afboeken, maar moet je in de resterende twee jaren doorgaan met afschrijven van 20% van de aanschaffingsprijs.

Méér hierover in het artikel Afschrijvingsregels vanaf 2007.

Willekeurige afschrijving

Op al deze vrij vaste uitgangspunten mogen startende zelfstandigen een afwijking toepassen: de willekeurige afschrijving.

Terug

Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan niet worden aanvaard.

Flyer