Kunstvoorwerpen belast met 19% of 6%
De levering van voorwerpen van beeldende kunst is belast met het lage tarief van 6%, wanneer de levering is geschied door de vervaardiger zelf.
Deze tekst (ontleend aan de wet) moeten we voor een heldere uitleg eerst ontleden:
- Het gaat om levering
- Het gaat om voorwerpen
- Het gaat om beeldende kunst
- En om de kunstenaar zelf
Dit zijn vier criteria die bepalen of de belastingheffing 6% of 19% kan zijn. Aan alle vier de criteria moet worden voldaan.
Levering
Levering betekent dat je product overgaat in bezit of in eigendom, van de een naar de ander. Dat is een onderscheid ten opzichte van dienstverlening, waarin er niets fysiek overgaat van de een naar de ander.
De verkoop van een beeldhouwwerk of een schilderij is een levering. Het werk gaat over in eigendom en bezit. Verhuur van werk is eveneens een levering. Het werk gaat over in bezit van de maker naar de huurder.
Wanneer je een tekening verkoopt leidt dat eveneens tot levering. Verleen je echter alleen het publikatierecht dan is er geen levering maar een dienst. De illustrator die met behoud van rechten een illustratie maakt voor een uitgever moet daarom 19% omzetbelasting berekenen. Verkoopt de illustrator vervolgens dezelfde tekening aan een particulier mag op die prijs 6% worden berekend, omdat het dan een levering is.
Wanneer je een vergoeding krijgt van een culturele instelling of van een gemeente of provincie voor het tentoonstellen van je werk, is dat een vergoeding die vergelijkbaar is met de opbrengst van verhuur van je werk. Het werk gaat tijdelijk over in bezit van die instelling en is dus een levering.
Voorwerpen
Een voorwerp is iets wat tastbaar is, wat je kunt vastpakken en wat je kunt verplaatsen. Een schilderij is dat; een beeldhouwwerk ook. De levering daarvan is dus belast met het lage tarief van 6%.
Maar een schetsontwerp voor een kunstobject is geen voorwerp. De waarde zit in de inhoud, de verbeelding, en die is niet tastbaar. Een ontwerp is daarom belast met 19%.
Andere voorbeelden van kunstproducties die geen voorwerp zijn: audio-visuele kunst; muurschilderingen, performances, sommige licht- en geluidsinstallaties.
Meer voorbeelden zijn te vinden in de monumentale kunst of kunst in de openbare ruimte. Sommige kunstuitingen zijn zo aard- en nagelvast verbonden met grond of gebouwen dat ze niet meer als voorwerp worden beschouwd maar als onroerend goed.
Een duidelijk voorbeeld daarvan: de `blauwe golven' onder de Nelson Mandelabrug in Arnhem van Peter Struycken zijn geen voorwerpen.
De spraakmakende spanningsboog van Dorothee Limburg voor het Nuon-hoofdkantoor in Arnhem is dat nog wel.
De aan de economische werkelijkheid ontstijgende figuur van Germa Huijbers en Carolina Agelink op het gebouw van de Kamer van Koophandel in Arnhem-Zuid is eveneens nog te beschouwen als voorwerp.
Beeldende kunst
Het mogen dan voorwerpen zijn; of het voorwerpen van beeldende kunst zijn die je maakt kan een discussie opleveren met de belastingdienst. Dat doet zich vooral voor wanneer het kunstobject tevens en overwegend een gebruiksfunctie heeft.
Waar de grenzen liggen is niet echt helder. Essentieel is of degene die het kunstobject verwerft het ervaart als kunstvoorwerp of niet.
Met schilderijen, tekeningen en beelden is er doorgaans geen probleem. Ze zijn belast met 6%.
Maar een zeer kunstzinnig uitgevoerde tafel, waaraan gegeten kan worden is echt een tafel die belast is met 19%. Ook wanneer de tafel in een galerie wordt aangeboden aan een kunstkopend publiek.
Beeldende kunst in meervoud
Een tweede probleem doet zich voor wanneer het kunstobject niet een unicum is maar in oplage geleverd wordt. Bij kleinere oplagen, en wanneer er ook nog enigszins handmatig geproduceerd en door de kunstenaar ingegrepen wordt, is nog wel 6% omzetbelasting toegestaan. Vaak geldt een oplage van 8 stuks als grens. Naarmate de productie mechanischer gebeurt en naarmate de oplage groter wordt zal het belastingtarief eerder 19% moeten zijn. Een exacte grens valt niet aan te geven voor alle gevallen. Wij adviseren dit in ieder afzonderlijk geval te beoordelen. In sommige gevallen is het zelfs aan te bevelen hierover te overleggen met de belastingdienst.
Levering door de vervaardigend kunstenaar zelf
Als vierde criterium geldt dat je als beeldend kunstenaar zelf je kunstobject hebt geleverd. Wanneer je een tekening verkoopt aan een belangstellend bedrijf zul je een factuur kunnen schrijven met 6% omzetbelasting. Wanneer dat bedrijf later de tekening doorverkoopt, bijvoorbeeld aan een personeelslid, zal het bedrijf 19% omzetbelasting moeten afdragen.
Overigens kan er ook een discussie met de belastingdienst ontstaan over de vraag of je wel kunstenaar bent. Opleiding, kwalificatie en bekendheid kunnen daarvoor criteria zijn. Opleiding alléén mag géén criterium zijn.
Waarom is dit nu zo ingewikkeld?
Het komt er op neer dat de overheid daarmee de verkoop van beeldende kunst ongeveer 13% goedkoper wil maken ten opzichte van de uitgangssituatie dat alle economische bestedingen met 19% belast zijn. Een soortgelijke redenering geldt voor podiumkunsten. De regelgeving is dus bedoeld als een stimulans voor het vak.
Daarbij is het wel noodzakelijk deze stimulans te beperken voor gekwalificeerde kunstenaars en gekwalificeerde kunst. Alle ingewikkeldheden zijn er op gericht om te voorkomen dat niet-kunstenaars profiteren van een lager btw-tarief. Er zitten goede maar ook lastige kanten aan deze regels.
Waar moet ik op letten?
Het is belangrijk dat je niet voor onverwachte naheffingen komt te staan. Pas dus bij verkoop niet ondoordacht het 6%-tarief toe. Laat je daar ook niet toe overhalen door opdrachtgevers of galeriehouders die pretenderen hier iets van af te weten, maar in wezen in eigen belang handelen.
Wanneer je iets uitvoert, maakt of verkoopt, en ten onrechte slechts 6% afdraagt draai je uiteindelijk zelf voor de naheffing op. En voor de boetes.
Laat je vooraf deskundig adviseren over het omzetbelastingtarief, wanneer je twijfelt.
Wanneer de twijfel blijft, vraag dan een standpunt bij de belastingdienst. Doe dat liever schriftelijk dan via de belastingtelefoon. Houdt de brief eenvoudig en voeg foto's en schetsen bij. Houdt de vraag vrij van een eigen standpunt. Dat geeft meestal alleen maar verwarring. Houdt je liever bij feiten. De meeste belastingdiensten geven vrij snel een degelijk antwoord. Bel liever niet de belastingtelefoon. Het niveau van de medewerkers daarvan is voor dit soort vragen onvoldoende.
Waar moet ik op letten bij het maken van afspraken?
Zorg bij afspraken met een klant of opdrachtgever dat vooraf absoluut duidelijk is hoe de prijs tot stand komt, exclusief en inclusief btw. Het toe te passen percentage omzetbelasting moet duidelijk zijn.
Wanneer je je kunstproducten verkoopt via een galeriehouder of een bemiddelaar moet je ook het geldende omzetbelastingtarief ter sprake brengen. Het is onze ervaring dat, wanneer er een percentage van 19% zou moeten gelden, toch vaak de bemiddelaar doordrukt dat er slechts 6% wordt afgedragen. Wanneer de belastingdienst dat later moet corrigeren wordt dat zeer kostbaar. Voor jou, en vaak niet voor de bemiddelaar.
Terug
Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan
niet worden aanvaard.
Extra trefwoorden: kunst btw; kunst en btw; btw kunstenaar; btw en kunstenaar; btw kunstwerken; btw en kunstwerken; btw beeldende kunst; btw op beeldende kunst; kunst 6%
|