Een vrijstelling voor verschuldigde omzetbelasting op onderwijsactiviteiten heeft tot gevolg dat de omzetbelasting die op kosten drukt niet teruggevorderd kan worden, voor zover die kosten verband houden met de vrijgestelde opbrengsten.
Een voorbeeld:
Stel dat je van een hogeschool voor de kunsten een opdracht krijgt voor een serie workshops met studenten. Fantaseer even dat het daarvoor nodig is om een digitale filmcamera aan te schaffen. Je betaalt die camera zelf.
De opbrengst die je met dit project gaat behalen, de vergoeding die de hogeschool je toekent, is een van omzetbelasting vrijgestelde opbrengst.
De voorbelasting, de omzetbelasting die op kosten drukt, is niet terugvorderbaar wanneer die kosten voortvloeien uit een vrijgesteld project. In dit geval is de aanschaf van de camera direct toe te rekenen aan de vrijgestelde opbrengsten.
Stel dat de camera € 2.500 exclusief omzetbelasting heeft gekost. De daarop drukkende omzetbelasting was € 475. Nu dit laatste bedrag niet mag worden teruggevorderd, kost daardoor de camera voor jou € 2.975.
Vrijstelling is kostenverhogend
Vrijstelling van omzetbelasting op opbrengsten is dus niet per se gunstig. Je kosten worden daardoor hoger. Het is belangrijk dat te beseffen wanneer je nog in onderhandeling bent met de opdrachtgever over de vergoeding die je krijgt.
Hoe bereken je de terugvorderbare omzetbelasting over een jaar?
Wie zowel vrijgestelde prestaties als belaste prestaties levert, zal de omzetbelasting die op de beroepskosten drukt, deels mogen terugvorderen en deels niet. Dat is lastig, want welke kosten zijn toe te rekenen aan vrijgestelde prestaties, en welke aan de belaste prestaties? Er zijn vuistregels voor.
Die vuistregels vind je in een daaraan gewijd artikel in het hoofdstuk aangiften omzetbelasting op deze website.
Terug