De kosten die verbonden zijn aan de werkruimte van een zelfstandig ondernemer zijn:
1. De vaste lasten van de woning
Zijn die kosten aftrekbaar als beroepskosten?
In sommige gevallen zijn die kosten deels aftrekbaar als beroeps- of ondernemingskosten. We onderscheiden enkele verschillende situaties:
Een huurwoning met werkruimte voor je onderneming
In dit geval mag je de volledige huurlasten van de woning als kosten boeken. Daartegenover echter moet je een bedrag bij je inkomen tellen voor het privégenot, en dat is het bedrag van het zogenaamde huurwaardeforfait dat geldt voor eigen woningen. Meestal is dat 0,55% van de woz-waarde van de huurwoning.
Zie hiervoor vooral het artikel: Werkruimte in de huurwoning.
Een eigen woning met werkruimte voor je onderneming
Wanneer je hieraan voldoet moet de zelfstandige werkruimte worden afgezonderd uit de berekening van het huurwaardeforfait en de aftrek van hypotheekrente van de eigen woning. Vervolgens bereken je de kosten van de werkruimte.
De wijze van berekenen is bijzonder ingewikkeld. Het komt er in hoofdlijnen op neer dat je:
Je hebt dan de jaarlijkse kostenpost voor de werkruimte berekend, die je in mindering op je beroepswinst mag brengen.
Enerzijds creëer je daarmee een aftrekpost; anderzijds verlies je een deel van de aftrek van hypotheekrente. Het kan gunstig uitpakken, maar vooral wanneer je een hoge hypotheek hebt kan deze methode erg nadelig zijn. Meestal kun je maar beter afzien van de aftrek voor de werkruimte in de eigendomswoning.
Wil je toch méér weten? Kijk dan in dit artikel waar we op veel meer details ingaan:
Zie hiervoor vooral het artikel: Werkruimte in de eigen woning.
2. De kosten van inrichting van de werkruimte
Tot de kosten van de werkruimte behoren ook de kosten van inrichting.
Dat zijn in elk geval de kosten die je hebt gemaakt voor vloerbedekking, gordijnen, schilderwerk, verlichting, en gewone tafels en stoelen. Deze kosten, verbonden aan de werkruimte zelf, zijn alléén aftrekbaar wanneer je aan de hierboven genoemde criteria voor de huurwoning en voor de eigen woning voldoet.
De verdere inventaris van de kamer, wanneer die specifiek verbonden is aan het beroep, behoort niet tot het fiscale begrip van de inrichting van de werkruimte. Het gaat dan om bijvoorbeeld computers, tekentafel, tekeningenkasten, telefoonapparatuur, de behandeltafel van een therapeut, de zaagmachine van de meubelontwerper et cetera.
Dit onderscheid is tamelijk belangrijk. Immers, de kosten van de inrichting verbonden aan de kamer zelf, zijn alléén aftrekbaar wanneer ook de vaste lasten van de woning voor een deel aftrekbaar zijn. De kosten van beroepsinventaris, die verbonden zijn aan je feitelijke beroepsuitoefening, zijn altijd aftrekbaar.
Over het onderscheid tussen inrichting van de werkruimte en beroepsinventaris is verschil van mening met de belastingdienst mogelijk. In de praktijk hebben we hier weinig problemen mee gehad.
Terug