ERROR

De subcategorie Werkruimte is (nog) niet bekend. Werkruimte - Fiscaliteiten - Beeldrijk

Werkruimte in de huurwoning

De behandeling van de kosten van werkruimte in een huurwoning wijkt af van de behandeling daarvan in een eigendomswoning. Wanneer je werkruimte in een eigendomswoning in gebruik hebt, zijn de kosten daarvan alléén aftrekbaar wanneer sprake is van een "zelfstandige" werkruimte. Wanneer sprake is van werkruimte in een huurwoning, geldt die eis van "zelfstandige" werkruimte niet. Bovendien zijn de berekeningsmethoden in beide gevallen totaal verschillend.

Hier bespreken we de aftrek van kosten van de werkruimte in de huurwoning. Die van de werkruimte in de eigendomswoning vind je in het artikel: Werkruimte in de eigen woning

werkruimte

Criteria voor aftrek van de beroepsmatige huurlasten

De criteria voor de aftrek van huurlasten zijn verbonden aan het ondernemerschap, het oppervlak van de werkruimte, aan het inkomen en aan de mate van gebruik van de werkruimte.

Je moet ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting.

Zie voor de criteria daarvoor het artikel: Fiscaal ondernemerschap. Wanneer je resultaat uit werkzaamheden geniet of loon uit dienstbetrekking en daarvoor werkruimte in gebruik hebt, geldt er in de praktijk geen fiscale aftrek van kosten van de werkruimte aan huis.

De aftrek van huurlasten van de werkruimte hangt af van de relatieve oppervlakte.

De oppervlakte van je totale woning kun je berekenen door het opmeten van binnenmaten van de gehele woning. De zolder onder het schuine dak moet je meetellen voorzover de hoogte méér is dan 1 meter. Je maakt geen onderscheid tussen kamers en gangen en 'natte' ruimten; dat onderscheid doet er niet toe.

De oppervlakte van je werkruimte is die van een kamer waar je werkt, of in de woonkamer van een bureau met ruimte om je te bewegen. Opslag- of archiefruimte in andere kamers of op zolder hoort daar ook bij.

Wat er niet bij hoort is bijvoorbeeld de zithoek in de woonkamer waar je ook wel eens iemand ontvangt. Of een deel van de keuken omdat je er ook wel eens koffie zet voor zakelijk bezoek. Houd het reëel.

Voor alle duidelijkheid: de werkruimte in de huurwoning hoeft niet een zogenaamd zelfstandige werkruimte te zijn, zoals dat bij de werkruimte in de eigen woning vereist is.

Het maakt nogal wat uit of je werkruimte méér dan 10% van het totale oppervlak beslaat of juist minder dan 10%. Beslaat de ruimte méér dan 10% van de totale oppervlakte, dan heb je een aanzienlijk hogere aftrek dan bij minder dan 10% werkruimte. Dat wordt hierna onder het kopje fiscale theorie uitgelegd.

werkruimte

Minstens 70% van je totale arbeidsinkomsten (optelsom van loon, winst en resultaat uit werkzaamheden) moet in of vanuit de werkruimte verworven worden.

Wanneer je inkomen in belangrijke mate bestaat uit loon moet je oppassen. Stel dat je € 10.000 loon geniet en € 15.000 winst uit onderneming maakt. Het ligt voor de hand dat je het loon niet in of vanuit de werkkamer verwerft. De winst uit onderneming bedraagt in dit voorbeeld 60% van je totale arbeidsinkomsten. Je voldoet dan niet aan het inkomenscriterium voor aftrek van de huurlasten van de werkruimte aan huis.

Wanneer het loon niet € 10.000 maar € 5.000 bedraagt komt de verhouding gunstiger te liggen, net als wanneer de winst veel hoger is dan het loon.

Vooral wanneer je ook nog een uitkering geniet naast je winst uit onderneming moet je oppassen; voor je het weet voldoe je niet aan het inkomenscriterium van 70%. Dan heb je geen recht op aftrek van huurlasten voor de werkruimte.

werkruimte

Minstens 30% van je werktijd moet besteed zijn in de werkruimte.

Je zult aannemelijk moeten maken dat je minstens 30% van je werktijd in de werkruimte besteed hebt. Je kunt dat doen aan de hand van je tijdsadministratie of aan de hand van je agenda. Let er op dat die betrouwbaar en plausibel is. De belastingdienst zal op dit criterium zeer kritisch zijn.

werkruimte

Twee rekenvoorbeelden

1. Een werkruimte met méér dan 10% oppervlakte van het totaal

Bereken de oppervlakte van je werkruimte en die van de gehele woning. Bij het opmeten van de gehele woning neem je binnenmaten van de woning. Stel dat je een woning hebt van twee verdiepingen van elk 8 x 5 vierkante meter. Dan kom je op 80 vierkante meter. De zolder onder het schuine dak moet je meetellen voorzover de hoogte méér is dan 1 meter. Daar kom je op 3 x 8 ofwel 24 vierkante meter. Je totale woonoppervlak bedraagt nu 104 vierkante meter. Als je werkruimte een deel van de woonkamer is, bij voorbeeld 2 x 3 meter, en een kamer voor archief van 2 x 2 meter, en tenslotte een deel van de zolder van 1 x 3 meter, kom je in totaal op 13 vierkante meter. Dat is 12,5% van de totale oppervlakte. Dat is méér dan 10%.

Stel nu ook dat je aan loon bij een werkgever in dit jaar € 4.000 geniet en je winst uit onderneming bedraagt € 20.000. Je arbeidsinkomsten zijn in totaal dan € 24.000. Minimaal 70% daarvan ofwel € 16.800 moet je in of vanuit deze werkruimte verdienen. Daar voldoe je met € 20.000 aan. Nu moet je ook nog aannemelijk maken dat je minstens 30% van je werktijd in de werkruimte besteedt. wanneer je totale werktijd per week 45 uur is, moet dat dus minstens 13,5 uur per week zijn.

Stel dat de huur over het jaar € 7.200 bedraagt, en alle bijkomende lasten € 1.500. Je jaarlijkse huurlasten zijn dan per saldo € 8.700.

Omdat de oppervlakte van je werkruimte méér is dan 10% van het totaal geldt de volgende rekenmethode voor de aftrek van huurlasten als kosten in de onderneming:

De huurlast van € 8.700 mag je geheel als beroepsmatige kosten van de werkruimte in aftrek brengen op je winst. Echter daartegenover moet je de waarde van het privégenot bij de winst optellen. De waarde van het privégenot is gelijk aan het huurwaardeforfait dat zou gelden in de inkomstenbelasting als de woning een eigendomswoning zou zijn geweest.

Stel dat de woning een woz-waarde heeft van € 200.000. Het zogenaamde huurwaardeforfait voor de inkomstenbelasting bedraagt 0,6% van deze € 200.000 ofwel € 1.200.

Per saldo is de aftrekpost dus de totale huurlast € 8.700 minus de waarde van het privégenot van € 1.200 ofwel € 7.500.

werkruimte

2. Een werkruimte met minder dan 10% oppervlakte van het totaal

Wanneer de werkruimte minder dan 10% van het oppervlak van de gehele woning geldt een andere methode van kostenberekening, die eenvoudiger is maar meestal ook minder gunstig.

Het verschil is dat je nu het oppervlaktepercentage van de werkruimte moet toepassen op de totale huurlasten. Je mag niet de volledige huur aftrekken en daarop een correctie toepassen voor privégenot, zoals dat mag wanneer het oppervlaktepercentage méér is dan 10%.

Om dit zichtbaar te maken nemen we de gegevens over van het rekenvoorbeeld hiervóór. De huurlasten zijn, na aftrek van huurtoeslag, in totaal € 8.700. Je bent ondernemer en je verwerft je inkomsten voor méér dan 70% in of vanuit deze werkruimte en je bent er voor méér dan 30% van de tijd aanwezig.

De oppervlakte van je werkruimte is nu echter 8% van het totale oppervlak. Je mag dan 8% van € 8.700 als kosten aftrekken ofwel € 700. Véél minder dan in het vorige voorbeeld, maar nog steeds een aftrekpostje.

werkruimte

De gegevens die je jaarlijks nodig hebt voor de berekening van de aftrek

  • De totale oppervlakte van de gehele woning, waarbij je onder een schuin dak alleen de ruimte die hoger is dan 1 meter hoeft mee te tellen
  • Een berekening van de oppervlakte van je werkruimte, inclusief de ruimte voor archief en opslag
  • Een overzicht van je huurlasten, dat wil zeggen de kosten van huur, energie, water, gemeentelijke heffingen, waterschap, inboedelverzekering
  • De ontvangen huurtoeslag, omdat die de huurlasten verlaagt
  • De woz-waarde van je woning die is vastgesteld op de peildatum 1 januari
  • een antwoord op de vraag of je je totale arbeidsinkomsten voor méér dan 70% in of vanuit je werkruimte hebt verworven
  • Een antwoord op de vraag of je naar schatting méér of minder dan 30% van je werktijd ìn je werkruimte hebt besteed

De vraag of je je totale arbeidsinkomsten voor méér dan 70% in of vanuit je werkruimte hebt verworven kan misschien pas beantwoord worden nadat je aangifte inkomstenbelasting gereed is.

werkruimte

De fiscale theorie over de aftrek van kosten van werkruimte in de huurwoning

Hiervóór hebben we uitgelegd hoe de aftrek van de kosten van werkruimte praktisch kan plaatsvinden. Voor de eenvoud hebben we de fiscale theorie even overgeslagen. Wanneer je wilt weten hoe we tot dit standpunt zijn gekomen, geven we je hier de onderliggende visie.

Huurrecht

Het huren van een woning waarin je ook werkt wordt in de fiscale regelgeving beschouwd als een recht, dat tot je ondernemingsvermogen of tot je privévermogen mag worden gerekend. Over het onderscheid tussen privévermogen enn ondernemingsvermogen bestaat een leerstuk dat vermogensetikettering wordt genoemd. Hierin zijn regels geformuleerd die we hier verkort weergeven.

De essentie is dat zaken en rechten die geheel of nagenoeg geheel ten behoeve van de onderneming worden gebruikt als verplicht ondernemingsvermogen worden beschouwd, terwijl zaken en rechten die geheel of nagenoeg geheel in de privésfeer worden gebruikt, als verplicht privévermogen worden beschouwd. Het begrip geheel of nagenoeg geheel wordt doorgaans uitgedrukt in een percentage van méér dan 90%. Wanneer een zaak of recht voor minder dan 90% in de onderneming of in de privésfeer wordt gebruikt is er sprake van keuzevermogen. De ondernemer mag dan de keuze maken om die zaak of dat recht tot het privévermogen of het ondernemingsvermogen te rekenen. Die keuze is in beginsel eenmalig, en wijziging van keuze is uitsluitend bij wezenlijk veranderende omstandigheden mogelijk.

Deze geaccepteerde regels voor de vermogensetikettering gelden ook voor de berekening van aftrek van de lasten van werkruimte in de huurwoning.

werkruimte

Huurrecht als ondernemingsvermogen

Wanneer je méér dan 10% van je gehuurde woning in gebruik hebt als werkruimte voor je beroep, èn wanneer je niet elders al een vaste werkruimte hebt gehuurd, mag je het huurrecht tot je ondernemingsvermogen rekenen.

Je mag dan de huurlasten van de gehele woning als ondernemingskosten in je resultatenrekening opnemen mits je bovendien meer dan 70% van je totale arbeidsinkomsten (winst, resultaat, loon) in of vanuit deze werkruimte hebt verworven, en je ook nog eens aannemelijk kunt maken dat je méér dan 30% van de werktijd in die werkruimte doorbrengt.

Je leest het goed: de huurlasten van je gehele woning. Daar staat echter tegenover dat je daarvan moet aftrekken de waarde van het privégenot van de woning. Die waarde wordt gesteld op het zogenaamde huurwaardeforfait dat ook voor eigendomswoningen gebruikt wordt. Dat huurwaardeforfait bedraagt meestal 0,6% van de Woz-waarde van de huurwoning.

werkruimte

Huurrecht als privévermogen

Wanneer het oppervlak van de werkruimte minder is dan 10% geldt die vrije keuze niet. Het huurrecht wordt dan beschouwd als verplicht privévermogen. Dan geldt nog steeds een aftrekmogelijkheid van de kosten. Immers, in plaats van de volledige huurlasten af te trekken, met daartegenover de waarde van het privégebruik, mag je nu alleen het oppervlaktepercentage van de werkruimte toepassen op de totale huurlast. Dat geeft vrijwel altijd een lagere aftrekpost. Deze aftrekpost is wettelijk gefundeerd in artikel 3.17, lid 1, onderdeel c, punt 2 van de wet op de inkomstenbelasting.

werkruimte

Veranderen van ondernemingsvermogen naar privévermogen of andersom

Als je eenmaal de keuze hebt gemaakt om het huurrecht tot het ondernemingsvermogen te rekenen, mag je niet zomaar die keuze wijzigen. Wijziging is alléén toegestaan wanneer er een bijzondere aanleiding is die wijziging rechtvaardigt. Dat doet zich bijvoorbeeld voor wanneer je structureel méér ruimte in je eigen woning bent gaan gebruiken voor werkruimte omdat je nieuwe of andersoortige opdrachten gaat uitvoeren.

Jurisprudentie

Deze opvattingen over de aftrek van de kosten van werkruimte in de huurwoning zijn ontstaan in de rechtspraak, die daarmee de bedoelingen van de wetgever onderuit heeft gehaald. De belangrijkste en duidelijkste is die van de rechtbank Arnhem op 17 december 2009. Tegen deze uitspraak is door de staatssecretaris van financiën geen beroep ingesteld, wat betekent dat hij zich bij het oordeel van de rechtbank neerlegt.

De opvatting van de belastingdienst

Ook al heeft de staatssecretaris van financiën de uitspraak van de rechtbank geaccepteerd; op de website van de belastingdienst zul je de hiervóór gegeven theorie niet vinden. Nog steeds geeft de belastingdienst achterhaalde voorlichting over de kosten van werkruimte aan huis. Dat kan er op duiden dat de belastingdienst nog broedt op het creëren van nieuwe rechtspraak. Ook is het mogelijk dat er er een wetswijziging in voorbereiding is die een einde moet maken aan deze gunstige aftrekmogelijkheid.

Vooralsnog houden wij ons aan de laatstbekende jurisprudentie.

werkruimte

Wat nu als je niet meer aan dat inkomenscriterium voldoet?

Je zult van jaar tot jaar moeten vaststellen of je inderdaad nog wel minstens 70% van je totale arbeidsinkomsten in of vanuit de werkruimte verwerft, en voor minstens 30% van je tijd in die werkruimte werkt.

Voor veel zelfstandigen geldt dat je naast je winst uit onderneming ook wel eens een betrekking in loondienst hebt. Soms kortstondig, soms voor langere tijd. Dat kan je recht op aftrek van kosten van de werkruimte beïnvloeden. Wanneer je plotseling in een jaar veel in dienstbetrekking hebt gewerkt, kan dat tot gevolg hebben dat je in dat zelfde jaar geen recht hebt op aftrek.

Er bestaat onderscheid tussen loon uit dienstbetrekking en verloonde inkomsten. Bij loon uit dienstbetrekking is er sprake van een arbeidsovereenkomst. Bij verloonde inkomsten kan er nog steeds sprake zijn van inkomsten die voortvloeien uit je zelfstandige praktijk, maar waarop om praktische redenen loonheffing en sociale premies worden ingehouden. Bij verloonde inkomsten gaat het meestal om kortlopende contracten, zoals optredens van artiesten of dagvergoedingen voor interim-managers. Bij deze verloonde inkomsten die je als winst uit onderneming beschouwt, wordt het recht op aftrek van de kosten van de werkruimte niet zo gauw beïnvloed.

Dit is ingewikkelde materie en daarvoor verwijzen we je naar het artikel: Dienstbetrekking naast de onderneming

Wanneer je ervoor hebt gekozen om je huurrecht als ondernemingsvermogen te beschouwen, en in enig jaar voldoe je niet aan het inkomenscriterium van 70% of aan het tijdscriterium van 30%, heb je in dat jaar géén kostenaftrek. Wanneer je in een later jaar weer wèl aan die criteria voldoet, herleeft je recht op aftrek van huurlasten voor de werkruimte.

werkruimte

Kosten van de inrichting van de werkruimte

Over welke kosten onder de kosten van inrichting van de werkruimte vallen lees je méér onder: De kosten van werkruimte

werkruimte

Omzetbelasting op de kosten van werkruimte

Of de kosten van je werkruimte nu aftrekbaar zijn of niet: de omzetbelasting die op die kosten drukt mag je terugvragen op je aangifte omzetbelasting. Dat mag al naar gelang je de woonruimte in gebruik hebt als werkruimte. De berekening van de aftrek kan het beste plaatsvinden aan de hand van de verdeling van de oppervlakte van de woning in werkruimte en niet-werkruimte.

Dit betekent dat, wanneer je de aftrek van de kosten van werkruimte voor de inkomstenbelasting berekent, je daarbij rekening moet houden met het terugontvangen van een deel van de omzetbelasting. In de praktijk zijn alléén de energielasten en de onderhoudslasten belast met omzetbelasting.

Zie ook het artikel: Omzetbelasting en de kosten van werkruimte

Terug

Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan niet worden aanvaard.