Wanneer je in je onderneming een auto gebruikt zul je de btw op de kosten moeten splitsen in een deel dat aan het zakelijk gebruik moet worden toegerekend, en een deel dat aan het privégebruik moet worden toegerekend. De btw over het zakelijk gebruik kun je terugvragen; dat over het privégebruik niet. Wanneer je eerst alle btw op autokosten hebt teruggevraagd, zul je de btw over het privégebruik moeten terugvragen.
Dat klinkt vrij simpel, maar de manier waarop is vrij ingewikkeld. We gaan het hier uiteenzetten.
Twee methoden voor de berekening van omzetbelasting over het privégebruik van een auto
Er zijn twee methoden om de btw over zakelijk - en privégebruik te splitsen. Een moeilijke die meestal gunstiger is, en een makkelijke, die meestal onvoordelig uitpakt.
De eerste methode in het kort:
Kort gezegd, deze methode gaat uit van een sluitende kilometeradministratie en op grond daarvan verdeel je de btw op kosten in een terugvraagbaar en een niet-terugvraagbaar deel. Als er géén sluitende kilometeradministratie is mag je deze methode niet toepassen.
De tweede methode in het kort:
De tweede methode is stukken eenvoudiger. Je moét hem toepassen als je géén sluitende kilometeradministratie hebt. Je màg hem toepassen wanneer je het gewoon gemakkelijker vindt.
De tweede methode is meestal duurder dan de eerste. Het kan zelfs een paar honderd euro btw-afdracht per jaar schelen. Het voordeel is echter dat je je over een kilometeradministratie niet druk hoeft te maken.
De werkwijze bij de eerste methode
We gaan nu iets meer in detail de werkwijze bij de eerste methode na. Een complicatie die we nu toevoegen is dat de autokosten waarop btw drukt, niet alleen die voor brandstof en onderhoud en reparatie zijn. Wanneer je bij aanschaf van je auto btw hebt betaald en wanneer je die hebt teruggevraagd, moet die btw in deze berekening worden betrokken.
We berekenen eerst de btw op autokosten:
We gaan nu over op de verhouding tussen zakelijk - en privégebruik:
Een voorbeeld:
Stel je hebt eerder een auto gekocht voor € 8.000 exclusief btw. Stel ook dat je in dit jaar voor € 1.800 brandstof hebt verbruikt en dat je € 1.000 hebt besteed aan onderhoud, exclusief btw. Het normbedrag voor belaste autokosten is dan: 1/5 * 8.000 plus 1.800 plus 1.000 is € 4.400. Dat betekent dat je over dat bedrag inmiddels 19% ofwel € 836 btw hebt teruggevraagd.
Je berekent nu het percentage voor privégebruik. Stel dat dit uitkomt op 20%. Dan is het normbedrag voor het privégebruik 20 % van € 4.400 ofwel € 880. Hierover moet je 19% ofwel € 167 btw afdragen als correctie voor privégebruik wanneer je alles al hebt teruggevraagd. Als je nog niets hebt teruggevraagd mag je dat alsnog doen, en wel voor 19% over 80% van de btw die op de autokosten van dit jaar drukte; dus 19% van 80% van €, ofwel € 426.
Wanneer je bij de aankoop van de auto géén btw hebt teruggevraagd, vervalt in deze berekening het bedrag van 1/5 van de aankoopprijs. In dit voorbeeld wordt dan het normbedrag van de belaste autokosten € 2.800. Bij een privégebruik van 20% moet je 19% omzetbelasting afdragen over € 560 ofwel € 106. De 19% over 80% van € 2.800 die je mag terugvragen is € 426.
De werkwijze bij de tweede methode
Een voorbeeld:
Stel je hebt een auto gekocht voor € 8.000 die 4 jaar oud is. Bij de garagehouder of op internet krijg je te horen dat de catalogusprijs destijds € 20.000 bedroeg, inclusief alles, ook inclusief btw. Je hebt destijds bij aanschaf de btw teruggevraagd. Het bedrag dat je als ondernemer moet afdragen voor het privégebruik van deze auto bedraagt 2,7% van € 20.000 ofwel € 540. Wanneer je over het gehele jaar over je autokosten bijvoorbeeld € 800 btw hebt betaald, en je hebt die in je aangifte omzetbelasting teruggevraagd, zul je in de laatste aangifte het bedrag van € 540 moeten afdragen onder het kopje privégebruik.
Een variant is dat je niet eerst alle btw terugvraagt en daarna afdraagt over het privégebruik, maar dat je het saldo van deze berekening in één keer in de aangifte verwerkt onder het kopje voorbelasting.
Welke methode?
Is de ene methode voordeliger dan de andere? Niet altijd. De werkelijke bedragen kunnen zeer verschillen. De uitkomst hangt onder meer af van het percentage voor het privégebruik. Toch verwachten we dat weliswaar niet in alle, maar toch in de meeste gevallen, het goed bijhouden van kilometers tot een voordeliger uitkomst zal leiden dan de methode van 2,7% over de catalogusprijs. Het verschil kan gauw oplopen tot zo'n € 300 voor één auto, vooral wanneer je je auto tweedehands gekocht hebt. De '2,7%'-regeling klopt ongeveer met de werkelijkheid wanneer je telkens een vrij nieuwe auto rijdt.
Maar je hebt geen keus. De tweede methode is verplicht wanneer je geen 'sluitende' kilometeradministratie hebt. De eerste methode is weliswaar meestal voordeliger, maar die staat of valt met een goede administratie van kilometers en autokosten. Wanneer je daar geen zin in hebt is er alléén de '2,7%'-regeling. Als je daar vrede mee hebt omdat het je een hoop werk bespaart, is er geen probleem.
Een sluitende kilometeradministratie
De belastingdienst verstaat onder een sluitende kilometeradministratie: een overzicht van alle autoritten met datum, bestemming, de reden van de rit, het aantal kilometers, en zelfs na iedere rit de kilometerstand. Dat gaat heel ver. Maar de soep wordt niet altijd zo heet gegeten.
Zelfstandigen die niet de hele dag op de weg zitten, maar zo nu en dan van huis naar een opdrachtgever en terug reizen kunnen een wat eenvoudiger administratie voeren. Je kunt dan volstaan met alléén de zakelijke reizen, waarvan je de bestemming, de reden en het aantal kilometers noteert. Wanneer je rond 1 januari dan ook nog je kilometerstand noteert, heb je alle ingredienten voor een goed overzicht. Immers, je privéritten doen er helemaal niet toe. Het gaat erom dat je je zakelijke ritten goed verantwoorden kunt. Met behulp van de twee kilometerstanden aan het begin en eind van het jaar kun je dan precies uitrekenen wat het percentage privégebruik of zakelijk gebruik is. De enige eis die dan nog geldt is dat je achteraf goed moet kunnen motiveren waarom een rit zakelijk is geweest.
Een klassieke auto
Tot 1 juli 2011 gold een vrij gunstige regeling voor de klassieke auto; de auto die ouder is dan 15 jaar. Immers de correctie voor het privégebruik werd berekend over het bedrag dat voor de inkomstenbelasting moest worden berekend. Dat was meestal de huidige verkoopwaarde van de auto. Die is vaak laag.
Die gunstige regeling geldt niet meer. Immers voor de splitsing van btw op zakelijk gebruik en privégebruik gaat het gewoon om de btw die je betaald hebt op kosten en die je deels mag terugvragen en deels juist niet.
Daarom gelden ook voor de bezitter en gebruiker van een klassieke auto de twee bovengenoemde methoden. Wij vermoeden dat de eerste methode juist voor klassiekers véél goedkoper zal uitpakken dan de '2,7%'-regeling.
Onderscheid tussen een auto in privévermogen of in ondernemingsvermogen?
Nee.
De regels voor auto's in het privévermogen zijn gelijk aan die voor auto's in het ondernemingsvermogen. Alléén de berekening kan in een andere volgorde verlopen. Het komt veel voor dat voor een auto in het privévermogen er aanvankelijk geen btw wordt afgetrokken, maar wèl bij het maken van de jaarrekening en de suppletie-aangifte. Eigenlijk bereken je dan de btw-teruggave in plaats van een btw-afdracht.
Wèl merken we hier nog eens op dat de rol van de woon-werkkilometers belangrijk is. Immers, die worden voor de omzetbelasting tot de privékilometers gerekend. Voor de inkomstenbelasting horen ze nog tot de beroepskilometers.
Stel dat je 8.000 echte zakelijke kilometers hebt gereden, 3.000 kilometers in het woon-werkverkeer, en 7.000 echte privékilometers. Wanneer je de auto voor de inkomstenbelasting in het privévermogen hebt opgenomen, is je jaarlijkse aftrekpost in de winstberekening: 11.000 kilometer tegen € 0,19 ofwel € 2.090. Voor de btw geldt echter dat de zakelijke kilometers er 8.000 zijn. Dat betekent dat je van de btw op autokosten 8.000/19.000 ofwel 42% mag terugvragen, terwijl 58% van de btw niet mag worden teruggevraagd.
Bovengrens voor de afdracht over het privégebruik
Stel dat je op grond van de bovenstaande methoden berekent dat je over het privégebruik van de auto € 500 zou moeten afdragen terwijl je in dat jaar niet méér dan € 300 hebt teruggevraagd over de brandstof- en onderhoudskosten, en ook bij de aanschaf van de auto geen omzetbelasting hebt teruggevraagd. Moet je dan toch die € 500 btw afdragen?
Nee, wanneer de berekening van 2,7% over de catalogusprijs hoger uitkomt dan het totale bedrag van de btw dat je over de autokosten hebt teruggevraagd, hoef je het meerdere niet af te dragen. Immers, de verschuldigde btw over het privégebruik is een correctie op de teruggevraagde btw, en niet méér dan dat. Deze situatie doet zich vooral voor wanneer je je brandstof over de grens tankt. Of wanneer je je autokosten niet goed hebt bijgehouden.
Het is toch toch vervelend, want zo krijg je per saldo geen btw terug over je zakelijk gebruik. De vraag doet zich in de praktijk alléén voor bij de toepassing van methode 2.
Terug