Beeldrijk belastingadvies, administratie, conflictbemiddeling, zakelijke begeleiding
identiteiten identiteiten
empty 
actualiteiten  
empty 
fiscaliteiten fiscaliteiten
empty 
formaliteiten  
empty 
cursus & training cursus & training
empty 
beeldruimte  
empty 
fiets & bedrijf fiets & bedrijf
empty 
ontwerpers  
empty 
overzicht overzicht
  

empty  

© ZOO
Fiscaliteiten en aansprakelijkheid
De voorbereiding voor de aangifte inkomstenbelasting
Electronisch aangifte doen
Bestanden om te downloaden
Fiscaal ondernemerschap
Zelfstandigenaftrek
Urenverantwoording
Kunst en omzetbelasting
Kunstenaar en galerie
Artiest en belastingen
listbullet Beroepskosten
Fiets en bedrijf
Autokosten
Werkruimte
Scholing, training en onderwijs
Investeren en afschrijven
Samenwerking en rechtsvormen
Buitenland
Journalisten, schrijvers en componisten
Therapeuten
Zorgstelsel
Aanslagen
Aangiften inkomstenbelasting
Aangiften omzetbelasting
Toeslagen op het inkomen
De verklaring arbeidsrelatie
Facturering en incasso
Calculatie en offreren
Kinderen en kinderopvang
De WIK
Subsidies en stipendia
De eigen woning en de hypotheekrente
Gemeentelijke belastingen
Verzekering
Erfrecht

Beroepskosten

Beroepskosten zijn, simpel gezegd, kosten die voortvloeien uit de uitoefening van je onderneming of beroep.

Kosten verlagen je winst uit onderneming. De lagere winst heeft gevolgen voor de heffing van inkomstenbelasting. Je betaalt door het maken van kosten minder belasting dan wanneer je de kosten niet gemaakt zou hebben. Het is dus van groot belang om je kosten goed bij te houden en er voor te zorgen dat ze volledig in de winstberekening en aangifte inkomstenbelasting worden verwerkt.

Veel kosten maken?

Is het goed om kosten te maken? Nee, dat is geen doel op zich, en het is in tegenstelling tot wat je op verjaardagsfeestjes vaak hoort, niet fiscaal gunstig. Kosten verlagen weliswaar je winst, en verlagen je belastingschuld, maar het blijven kosten die je altijd nog voor een groot deel zelf draagt.

Een voorbeeld: Stel dat je € 1.000 kosten maakt, en je betaalt over je inkomen ongeveer 40% belasting. Je belastingafdracht is dan weliswaar € 400 minder, maar je geeft nog altijd € 1.000 uit. Je wordt dus per saldo € 600 armer. Dat zou niet erg zijn wanneer het zakelijk gezien nodig of zinvol is voor je eigen praktijk is om die kosten te maken. Maar alleen om € 400 belastingaftrek te krijgen zou het volstrekte onzin zijn om € 1.000 kosten te maken.

Voor een goed begrip moeten we onderscheid maken tussen:

  • 1. kosten en uitgaven
  • 2. ondernemingskosten en privé-uitgaven

1. Kosten en uitgaven

Beide begrippen lijken op elkaar maar zijn wezenlijk verschillend.

Kosten maak je wanneer je verplichtingen aangaat. Wanneer je bij de kantoorboekhandel een bestelling plaatst voor papier en andere materialen maak je kosten; ook wanneer je de factuur die je daarvoor krijgt pas later betaalt. Wanneer je later betaalt, maak je geen kosten, maar doe je een uitgave. Een belangrijk verschil dat in de fiscale winstberekening vaak een grote rol speelt, bij voorbeeld bij de vraag of iets een kostenpost is in het ene jaar of in het andere jaar.

Ook voor de omzetbelasting is dit verschil belangrijk. De omzetbelasting die op die kosten drukt mag je terugvragen in de periode waarin je de kosten maakt en de factuur daarvoor ontvangt. Ook al betaal je deze factuur in de volgende periode.

Een tweede voorbeeld van het verschil tussen kosten nen uitgaven is een investering. Je geeft in dit jaar € 5.000 uit aan een apparaat waarvan je in je praktijk 5 jaar plezier zult hebben. Die uitgave mag dan niet in z'n geheel als kosten worden beschouwd. Je zult de kosten moeten verdelen over de jaren van het gebruik. Simpelweg is hier de uitgave weliswaar € 5.000 maar de kostenpost is € 1.000 per jaar en heet dan afschrijvingskosten.

Bij een investering moet je de aanschaffingskosten afschrijven, dus verdelen over de toekomstige jaren van gebruik. De omzetbelasting op de investering is daarentegen direct terugvorderbaar op het moment dat je de factuur voor de investering krijgt.

Voor een afzonderlijke behandeling van investeringen en afschrijving verwijzen we je naar het hoofdstuk: Investeren en afschrijven .

Van kosten wordt je armer

Van het maken van kosten wordt je armer. Je vermogen wordt er minder door.

Uitgaven waarvan je niet armer wordt zijn geen kosten. Een voorbeeld daarvan is aflossing van een schuld. Door aflossing verandert je vermogen niet, dus is er geen sprake van een kostenpost.

Een ander voorbeeld daarvan: je pleegt een verbouwing in je woonhuis om er voor je bedrijf of beroep beter te kunnen werken. De uitgaven daarvoor verlagen weliswaar je vermogen (je bankrekening), maar verhogen vervolgens de waarde van je eigen woning. Per saldo wordt je er niet armer van, dus is er geen sprake van bedrijfskosten die van je bedrijfsopbrengsten mogen worden afgetrokken.

In dit laatste voorbeeld is overigens de omzetbelasting op die kosten wel terugvorderbaar. Daarvoor is het alleen noodzakelijk dat je van die verbouwingskosten zakelijk gebruik maakt.

2. Ondernemingskosten en privé-uitgaven

Meestal zijn ondernemingskosten goed te onderscheiden van privé-uitgaven. Gewoon gezond verstand zegt je doorgaans wel of iets een kostenpost is, of een privé-aangelegenheid.

Maar er zijn gevallen waarin dat niet geheel duidelijk is. Meestal is er dan sprake van gemengd zakelijk en privé-gebruik.

Stel, je koopt een printer voor je eigen praktijk, en je laat je kinderen er hun huiswerk op printen, of je drukt er je privé-foto's ermee af. Je zult dan een splitsing moeten maken van de aanschafkosten. Het zakelijk gedeelte daarvan, bij voorbeeld 70%, wordt als ondernemingskosten geboekt, en het privé-gedeelte van 30% wordt als privé-uitgaven geboekt. Alleen die 70% verlaagt je inkomen en verlaagt daardoor je inkomstenbelastingschuld.

Een soortgelijk voorbeeld: stel, je maakt telefoonkosten van bij voorbeeld maandelijks ongeveer € 200. Daarvan is een deel privé en een deel zakelijk. Je zult dat moeten onderscheiden, maar dat is lastig. Bovendien zal het verschil tussen zakelijk en privé-telefoongebruik ook maandelijks verschillen. Het onderscheid moet je desalniettemin toch maken. En wel naar eer en geweten. Desnoods schattenderwijs. Een goede methode is het om een procentuele verdeling te maken van privé- en zakelijk gebruik.

De omzetbelasting op deze 'gemengde' kosten mag niet geheel worden teruggevorderd. Het zelfde percentage dat je voor de winstberekening als privé-aandeel vaststelt, geldt ook voor de niet terugvorderbare omzetbelasting.

Niet-aftrekbare kosten

Niet- of beperkt aftrekbare kosten zijn er ook. Hiermee worden niet bedoeld privé-uitgaven. Immers, dat zijn geen kosten. Het gaat hier om kosten die in beginsel vanuit hun aard aftrekbaar zouden zijn, maar op grond van de wet op de inkomstenbelasting in aftrek beperkt zijn of zelfs uitgesloten.

Hieraan ligt een politieke doelstelling ten grondslag, die er op neer komt dat de overheid via belastingheffing bepaalde kosten niet wil meefinancieren.

Niet aftrekbaar zijn bij voorbeeld:

  • standsuitgaven (duurdoenerij, plezierjacht en plezierjachten, feesten)
  • geldboeten
  • kosten voortvloeiend uit misdrijven (wapens, inkoopkosten van drugs, steekpenningen)
  • agressieve dieren
  • kleding (tenzij beroepskleding)
  • persoonlijke verzorging (tenzij onder voorwaarden voor artiesten)
  • kosten van werkruimte

Beperkt aftrekbaar zijn bij voorbeeld:

  • kosten van eten en drinken en relatiegeschenken
  • congressen en seminars en studiereizen
  • (deze twee kostensoorten zijn aftrekbaar, na verminderd te zijn met jaarlijks ofwel € 4.000, ofwel 25% van het totaal)
  • verhuiskosten van je bedrijf
  • autokosten gemaakt met een privé-auto (beperkt tot € 0,19 per km)

Deze opsommingen zijn sterk vereenvoudigd, en beperkt tot de meest voorkomende gevallen.

De terugvordering van omzetbelasting op niet- of beperkt aftrekbare kosten

De terugvordering van omzetbelasting loopt in deze gevallen niet parallel met de aftrekbaarheid van de kosten. In beginsel is de omzetbelasting terugvorderbaar, ook wanneer de kosten van winstaftrek zijn uitgesloten.

Over de omzetbelasting op autokosten gelden bijzondere regels en daarvoor verwijzen we je naar de artikelen onder: Autokosten.

De omzetbelasting op kosten van eten en drinken is in zijn geheel niet terugvorderbaar. Dat geldt ook voor de omzetbelasting op relatiegeschenken. Ook dat is een uitzonderingsregel

Bijzondere kostensoorten

Voor sommige kostensoorten gelden bijzondere regels die erg veel uitleg vergen. Daarvoor hebben we aparte hoofdstukken ingericht om er uitgebreid op in te kunnen gaan.

Terug

Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan niet worden aanvaard.