Schenkingen zijn belast met schenkbelasting. Vσσr 2010 heette die belasting "schenkingsrecht"; nu heet die "schenkbelasting".
Schenking
Een schenking is een overdracht van vermogen van de ιιn naar de ander uit vrijgevigheid, dus zonder enige tegenprestatie. Een belangrijk toetsingscriterium is dat na een schenking de ιιn armer is geworden en de ander rijker.
In beginsel wordt alles wat wordt verkregen door schenking belast. De grondslag voor de heffing heet dan ook "de verkrijging". De verkrijger betaalt de belasting.
De tarieven
Vrijstellingen
Voor schenkingen gelden echter vrijstellingen, waardoor niet iedere schenking tot belastingheffing leidt. Schenkingen beneden de vrijstelling leiden niet tot heffing. Schenkingen die de vrijstelling overschrijden zijn belast voor het meerdere. De vrijstellingen bedragen in 2010:
Fiscaal partnerschap voor de erfbelasting
Als je samenwoont met een partner heeft de aard van je partnerschap specifieke gevolgen voor de behandeling voor inkomstenbelasting, erf- en schenkbelasting. Over de criteria voor het bestaan van fiscaal partnerschap kun je mιιr lezen in het artikel: Fiscaal partnerschap.
De voorwaarden voor samenwoning bij fiscaal partnerschap hebben alleen fiscale betekenis en staan dus formeel los van het schenkingsrecht.
Schenkbelasting bij kwijtschelding van een lening
Het komt vaak voor dat ouders aan hun kinderen een lening verstrekken, met de eigenlijke bedoeling om op enig moment de lening kwijt te schelden. Vaak wordt er dan voor gekozen om de jaarlijkse rente en aflossing kwijt te schelden, zodat de lening steeds minder wordt. Het hoeven niet alleen ouders en kinderen te zijn; ook tussen vrienden kan zich dit voordoen.
Dat kan met het oog op de schenkbelasting voordelig gebeuren mits je de grenzen van de vrijstellingen goed in de gaten houdt. Een voorbeeld om dit te verduidelijken:
Stel dat iemand aan zijn of haar vriend een bedrag van 10.000 leent om dit bedrag eventueel later kwijt te schelden. Stel dat de rente op deze lening 5% bedraagt.
Over het eerste jaar is de verschuldigde rente 5% van 10.000, ofwel 500. Wanneer deze rente wordt kwijtgescholden geldt daarbij een vrijstelling voor de schenkbelasting van 2.000. Er is dus ruimte om naast de rente ook nog eens 1.500 aan aflossing kwijt te schelden. Wanneer de schuldeiser daartoe beslist is er na afloop van het jaar 1.500 afgelost waardoor de schuld tot 8.500 daalt.
Over het tweede jaar bedraagt de rente 5% van 8.500, ofwel 425. Als deze rente wordt kwijtgescholden is er, rekening houdend met de vrijstelling van 2.000 per jaar, nog eens 1.575 beschikbaar voor aflossing. Wanneer de schuldeiser daartoe overgaat, bedraagt de schuld na afloop van het jaar nog 6.925.
Naar believen kan de schuldeiser dit nog enkele malen herhalen, of daarmee stoppen al naar gelang de omstandigheden bij schuldeiser of schuldenaar.
Wanneer een dergelijke overeenkomst geldt tussen ouders en kinderen zijn de vrijstellingsbedragen jaarlijks 5.000.
Terug