Beeldrijk belastingadvies, administratie, conflictbemiddeling, zakelijke begeleiding
identiteiten identiteiten
empty 
actualiteiten  
empty 
fiscaliteiten fiscaliteiten
empty 
formaliteiten  
empty 
cursus & training cursus & training
empty 
beeldruimte  
empty 
fiets & bedrijf fiets & bedrijf
empty 
ontwerpers  
empty 
overzicht overzicht
  

empty  

© ZOO
Fiscaliteiten en aansprakelijkheid
De voorbereiding voor de aangifte inkomstenbelasting
Electronisch aangifte doen
Bestanden om te downloaden
listbullet Fiscaal ondernemerschap
Zelfstandigenaftrek
Urenverantwoording
Kunst en omzetbelasting
Kunstenaar en galerie
Artiest en belastingen
Beroepskosten
Fiets en bedrijf
Autokosten
Werkruimte
Scholing, training en onderwijs
Investeren en afschrijven
Samenwerking en rechtsvormen
Buitenland
Journalisten, schrijvers en componisten
Therapeuten
Zorgstelsel
Aanslagen
Aangiften inkomstenbelasting
Aangiften omzetbelasting
Toeslagen op het inkomen
De verklaring arbeidsrelatie
Facturering en incasso
Calculatie en offreren
Kinderen en kinderopvang
De WIK
Subsidies en stipendia
De eigen woning en de hypotheekrente
Gemeentelijke belastingen
Verzekering
Erfrecht

Bijstand voor zelfstandigen

Dit is ontleend aan een voorlichtingstekst van de gemeente Barneveld. We hebben deze tekst op onze website gezet omdat hij helder en compleet is. De tekst is grammaticaal licht bewerkt. Bedragen kunnen verouderen. Pas bovendien op dat gemeenten elk een eigen beleid hebben dat van elkaar op details verschilt.

Bijstandsbesluit Zelfstandigen

Wanneer u een eigen bedrijf wilt beginnen of u heeft al een eigen bedrijf, maar hebt tijdelijk te weinig inkomen, dan kan de gemeente u financieel ondersteunen via het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De gemeente biedt deze hulp in de regel als zelfstandigen niet bij een gewone bank terechtkunnen voor bijvoorbeeld een lening. In het Bbz staat welke zelfstandigen in aanmerking komen voor financiële ondersteuning.

Welke zelfstandigen? 

· ondernemers in het midden- en kleinbedrijf 
· ondernemers in de agrarische sector en 
· vrijeberoepsbeoefenaren 

Zij komen overigens alleen voor financiële ondersteuning in aanmerking, als het inkomen dat zij buiten het eigen bedrijf verdienen lager is dan de bijstandsnorm. Ook het inkomen van de partner telt hierbij mee. 

Andere voorwaarden om in aanmerking te komen voor een financiële ondersteuning zijn

· de bedrijfsuitoefening moet voldoen aan alle wettelijke eisen; 
· er moet sprake zijn van een volwaardige onderneming (recht op fiscale zelfstandigenaftrek); 
· de ondernemer moet zelf werkzaam zijn in het bedrijf, de zeggenschap hebben en tevens de financiële risico's dragen. Bij samenwerkingsverbanden als een vennootschap onder firma en maatschap gelden deze voorwaarden voor de vennoten gezamenlijk. 

Zes categorieën zelfstandigen

Het Bijstandsbesluit zelfstandigen (Bbz) is een onderdeel van de Algemene bijstandswet en onderscheidt zes categorieën zelfstandigen:
1. startende ondernemers 
2. gevestigde ondernemers 
3. arbeidsongeschikte zelfstandigen 
4. oudere zelfstandigen 
5. beëindigende ondernemers 
6. zelfstandigen met niet levensvatbare bedrijven, maar toch toereikend gezinsinkomen

Startende ondernemers

Een startende ondernemer is korter dan anderhalf jaar zelfstandig. Hij of zij komt op grond van de Bbz in aanmerking van een financiële bijdrage als hij of zij als werkloze een bedrijf wil beginnen of overnemen. De ondersteuning kan bestaan uit een krediet of borgstelling tot maximaal € 29.889,00 en/of een aanvullende uitkering gedurende maximaal drie jaar na de start.

Gedurende deze periode zal sprake moeten zijn van een levensvatbare onderneming. Dit moet blijken uit het ondernemingsplan dat de ondernemer bij de aanvraag moet overleggen. Ook starters die een uitkering ontvangen wegens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, kunnen soms op deze startersregeling een beroep doen.

Gevestigde ondernemers

Een gevestigd ondernemer is iemand die langer dan anderhalf jaar een bedrijf uitoefent. Verdient de ondernemer tijdelijk minder inkomen (bijvoorbeeld wegens ziekte, ongeval of brand) dan kan hij of zij een beroep doen op het Bbz. Hij of zij kan dan maximaal twaalf maanden een aanvullende uitkering krijgen. Als externe omstandigheden (bijvoorbeeld een wegopbreking) de oorzaak zijn van de tijdelijke stagnatie van het inkomen, dan kan de gemeente de uitkering tot maximaal 36 maanden verlengen.

Het kan voorkomen dat - door welke oorzaken dan ook - betalingsmoeilijkheden ontstaan of noodzakelijke investeringen moeten plaatsvinden waarvoor de bank geen of onvoldoende krediet verstrekt. In zo'n situatie kan een gevestigde ondernemer in aanmerking komen voor financiële hulp in de vorm van een (rentedragende) lening.

Deze lening bedraagt maximaal € 162.344,00. Ook kan de gemeente een borgstelling geven van maximaal € 162.344,00 voor een door de bank te verstrekken zakelijke lening. Ook hier geldt weer de absolute voorwaarde dat er na de periode van financiële ondersteuning sprake moet zijn van een levensvatbare onderneming.

Arbeidsongeschikte zelfstandigen.

In deze categorie gaat het om zelfstandigen die hun bedrijf niet of slechts beperkt kunnen uitvoeren vanwege problemen met hun gezondheid. Zij kunnen via het Bbz een aanvullende uitkering (geen krediet) ontvangen.
Ook hier moet de verwachting bestaan dat de zelfstandige in de toekomst weer voldoende inkomen kan verwerven, eventueel met een beperkte bedrijfsopzet.

Oudere zelfstandigen (leeftijd tussen 55 en 65 jaar)

Onder oudere zelfstandigen verstaat de wet ondernemers die minimaal 10 jaar een eigen bedrijf hebben. Deze zelfstandigen kunnen een beroep doen op de regeling voor inkomensaanvulling, bijvoorbeeld als het bedrijfsinkomen samen met eventueel overig inkomen is gedaald tot onder de wettelijke bestaansnorm. Ook kan de gemeente in bepaalde situaties een lening verstrekken voor betalingsachterstanden. Bepalend is of de zelfstandige zelf nog een bruto inkomen uit het bedrijf (= netto winst) kan realiseren van 
€ 6.447,00 per jaar.

Beëindigende ondernemers.
Hierbij gaat het om ondernemers die hun bedrijf willen of moeten beëindigen (bijvoorbeeld wegens onvoldoende levensvatbaarheid of ziekte). Zij kunnen in aanmerking komen voor een aanvulling op het inkomen, gedurende de periode dat zij de bedrijfsactiviteiten moeten afbouwen. Zo'n afbouw kan gewenst zijn als de ondernemer bijvoorbeeld aangenomen of lopende opdrachten nog moet uitvoeren, de handelsvoorraden moet uitverkopen, te velde staande gewassen nog moet oogsten e.d. 

Als vuistregel geldt dat directe beëindiging onaanvaardbaar financieel nadeel (kapitaalsvernietiging) voor de zelfstandige tot gevolg zou hebben. De ondernemer heeft wel de verplichting het bedrijf zo spoedig mogelijk te beëindigen.

Zelfstandigen met niet levensvatbare bedrijven, doch toereikend gezinsinkomen
Hieronder valt de zelfstandige die een aantal jaren achtereen een bedrijfsinkomen heeft dat structureel lager is dan de bijstandsnorm. Door een sobere levensstandaard weet hij of zij de eindjes aan elkaar te knopen. Als zich echter in die omstandigheden tegenslagen voordoen (bijvoorbeeld de bedrijfsauto gaat kapot), zijn deze meestal niet op te lossen wegens gebrek aan financiële middelen. Hierdoor is de dreiging aanwezig dat het toch al lage inkomen verder terugloopt en/of mogelijk geheel wegvalt. 

De gemeente kan in zo'n geval beoordelen of hulpverlening kan worden geboden.

Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

Een aparte regeling vormt de Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz). Op grond van deze regeling kan de gemeente ondernemers een uitkering verstrekken nadat de bedrijfsuitoefening is gestaakt. Het verschil met een Abw-uitkering is dat bij de Ioaz een hogere vermogensvrijlating van toepassing is. Dit in verband met de mogelijke aanwezigheid van een stuk oudedagsvoorziening in het vermogen.

De Ioaz-regeling is van toepassing op twee groepen ex-ondernemers

De oudere ondernemer

Dit is de ondernemer van 55 tot 65 jaar die tenminste drie jaar (rechtmatig) een bedrijf heeft uitgeoefend en daarvoor tenminste zeven jaar in loondienst heeft gewerkt of in die periode zelfstandig is geweest. 

Voorwaarde is onder meer dat het inkomen in de voorgaande jaren gemiddeld lager was dan het sociaal minimum voor zelfstandigen. Verder moet de verwachting bestaan dat hierin in de naaste toekomst weinig verbetering zal optreden. Na beëindiging van het bedrijf kan de afdeling Werk, Zorg en Inkomen een uitkering toekennen tot het 65e jaar.

De gedeeltelijk arbeidsongeschikte ondernemer

Voor de arbeidsongeschikte ondernemer geldt geen leeftijdseis. Wel moet hij of zij minstens drie jaar zelfstandige zijn. Het inkomen in het verleden speelt geen rol. Wel kijkt de gemeente naar het eventueel nog te realiseren inkomen in de toekomst. Blijft dat inkomen naar verwachting beneden de grens van het sociaal minimum voor een zelfstandige, dan kan na de bedrijfsbeëindiging recht ontstaan op een (aanvullende) uitkering tot de leeftijd van 65 jaar.

Let op! U moet een Ioaz-uitkering tijdig aanvragen. Op het moment van aanvragen mag de feitelijke bedrijfsuitoefening nog niet zijn beëindigd.

Ten slotte:

We hebben hier beknopt de mogelijkheden van hulpverlening aan zelfstandigen en gewezen zelfstandigen weergegeven. Of iemand wel of niet in aanmerking komt voor hulpverlening hangt naast algemene voorwaarden vooral af van individuele persoonlijke en zakelijke omstandigheden. U kunt aan deze informatie dus geen rechten ontlenen.