Beeldrijk belastingadvies, administratie, conflictbemiddeling, zakelijke begeleiding
identiteiten identiteiten
empty 
actualiteiten  
empty 
fiscaliteiten fiscaliteiten
empty 
formaliteiten  
empty 
cursus & training cursus & training
empty 
beeldruimte  
empty 
fiets & bedrijf fiets & bedrijf
empty 
ontwerpers  
empty 
overzicht overzicht
  

empty  

© ZOO
Fiscaliteiten en aansprakelijkheid
De voorbereiding voor de aangifte inkomstenbelasting
Electronisch aangifte doen
Bestanden om te downloaden
Fiscaal ondernemerschap
Zelfstandigenaftrek
Urenverantwoording
Kunst en omzetbelasting
Kunstenaar en galerie
Artiest en belastingen
Beroepskosten
Fiets en bedrijf
Autokosten
Werkruimte
Scholing, training en onderwijs
listbullet Investeren en afschrijven
Samenwerking en rechtsvormen
Buitenland
Journalisten, schrijvers en componisten
Therapeuten
Zorgstelsel
Aanslagen
Aangiften inkomstenbelasting
Aangiften omzetbelasting
Toeslagen op het inkomen
De verklaring arbeidsrelatie
Facturering en incasso
Calculatie en offreren
Kinderen en kinderopvang
De WIK
Subsidies en stipendia
De eigen woning en de hypotheekrente
Gemeentelijke belastingen
Verzekering
Erfrecht

Beperkte afschrijving op investeringen vanaf 2007

Vanaf 2007 is de betrekkelijke vrijheid die je hebt bij het bepalen van de afschrijvingstermijn van de baan. Op nieuwe investeringen gelden vanaf dan beperkende regels:

  • Roerende goederen mogen worden afgeschreven met jaarlijks maximaal 20% van de aanschaffingsprijs.
  • Onroerend goed dat in het bedrijf gebruikt wordt mag tot 50% van de WOZ-waarde worden afgeschreven.
  • Onroerend goed ten behoeve van een belegging mag tot hoogstens 100% van de WOZ-waarde worden afgeschreven.
  • Goodwill mag hoogstens met 10% per jaar worden afgeschreven.

Het zijn wat bizarre beperkingen omdat met de bestaande regels het ook al mogelijk was om al te rigoureuze afschrijving te voorkomen. We twijfelen nogal aan het nut hiervan. Vermoedelijk is het een kwestie van begrotingstechniek waardoor het huidige kabinet de begroting rond krijgt en het volgende kabinet daarvoor opdraait.

Het gevolg hiervan in de praktijk is wat ingewikkeld. Wij beperken ons hier tot afschrijving op roerend goed omdat dit in onze cliëntenkring veruit het meest voorkomt.

Gevolgen wanneer de levensduur korter is dan 5 jaar

Stel dat je computers hebt aangeschaft. Je weet nu al dat ze na drie jaar aan de kant gaan en vervangen worden. Je mag dan toch maar 20% per jaar afschrijven.

Na drie jaar gaan ze daadwerkelijk naar de sloop en je koopt nieuwe computers. Van de oude computers wordt dan resterende boekwaarde afgeboekt tot € 0. De afschrijving die je in de eerste drie jaren feitelijk te weinig hebt geboekt, komt als kostenpost in dat derde jaar terecht.

Een voorbeeld: Je koopt deze computerinstallatie voor € 4.500. Je weet nu al dat deze na 3 jaar verouderd is en vervangen moet worden. De waarde is dan € 0. De jaarlijkse afschrijvingskosten zijn dus eigenlijk € 1.500.

De wetgever heeft nu echter de afschrijving beperkt tot 20% per jaar. Dat betekent dat de afschrijvingskosten die je in de eerste drie jaren in mindering op de fiscale winst mag brengen hoogstens € 900 zullen zijn.

Na 3 jaar is de boekwaarde gedaald tot € 4.500 minus 3* € 900 ofwel € 1.800. Wanneer de computer nu daadwerkelijk wordt vervangen en aan de kant gaat, is er geen werkelijke waarde meer. De boekwaarde van € 1.800 wordt daarom in ιιn keer afgeboekt tot € 0. Let op de terminologie: er is nu geen afschrijving meer maar afboeking tot op lagere bedrijfswaarde. Dat neemt niet weg dat het gevolg wat ridicuul is. In plaats van een regelmatige afschrijving van € 1.500 per jaar wordt er in het eerste jaar € 900, in het tweede jaar ook € 900, en in het derde jaar € 2.700 in mindering op de winst gebracht.

Aanschaffing vσσr 2007

De regels vanaf 2007 hebben een vreemd effekt op het afschrijvingstempo wanneer de aanschaffing vσσr 2007 heeft plaatsgevonden. We nemen als voorbeeld een enigszins professionele digitale camera van € 4.000 die rond 1 juli 2005 is aangeschaft. Stel de verwachte economische gebruiksduur in je onderneming op 3 jaar en neem aan dat de verwachte restwaarde na die 3 jaar € 100 bedraagt.

In 2005 mocht je nog afschrijven met jaarlijks 1/3 van (€ 4.000 minus € 100) ofwel met € 1.300 per jaar. In 2005 bedroegen de afschrijvingskosten voor een half jaar € 650. De boekwaarde op 31 december 2005 bedroeg dus € 3.350. In 2006 bedragen de afschrijvingskosten € 1.300 waarna op 31 december 2006 de boekwaarde € 2.050 bedraagt. De camera zou zonder de afschrijvingsbeperking afgeschreven zijn op 1 juli 2008.

Vanaf 1 januari 2007 wordt de afschrijving beperkt tot 20% van (€ 4.000- € 100) ofwel tot maximaal € 780 per jaar. Maar..., het gaat verder. Op grond van overgangsbepalingen bij ingang van de nieuwe afschrijvingsregels moet de totale afschrijving plaatsvinden binnen in totaal 5 jaar. Dat betekent dat er moet worden afgeschreven tot 1 juli 2010. De boekwaarde op 31 december 2006 van € 2.050 moet dus in 3,5 jaar worden afgeschreven tot dat op 1 juli 2010 de restwaarde van € 100 is bereikt. De afschrijving in 2007 wordt daardoor € 558, die over 2008 en 2009 eveneens € 558, en het restant van € 276 wordt afgeschreven in 2010.

Dat terwijl de restwaarde al op 1 juli 2008 is bereikt.

Einde van de economische levensduur binnen 5 jaar

Afboeken tot op lagere bedrijfswaarde mag alleen wanneer de investeringen door bijzondere omstandigheden voor de onderneming minder waard worden. Een verkoop of vervanging van de investering is zo'n bijzondere omstandigheid.

Maar wat nu als de investering weliswaar buiten gebruik raakt, maar niet wordt vervangen of verkocht?

Stel dat de oude computers alleen nog maar voor reservedoeleinden in gebruik blijven. Bij voorbeeld voor het geval dat de meest gebruikte computer even defect is, of wanneer je ze beschikbaar houdt wanneer er tijdelijk personeel of een stageaire komt. In dat geval mag je ze niet afboeken, maar moet je in de resterende twee jaren doorgaan met afschrijven van 20% van de aanschaffingsprijs. Ook al is de waarde van de investering voor de onderneming allang minder geworden dan de restwaarde doet vermoeden. Immers, ze blijven in gebruik.

Het kan ook zo zijn dat de oude computers worden afgekoppeld en op zolder gezet worden om pas weer aangesloten te worden wanneer de nieuwe defect zouden raken. Dan zijn ze alleen maar in theorie beschikbaar. In dat geval is het naar onze mening verdedigbaar dat ze toch na dat derde jaar worden afgeboekt tot € 0.

De praktijk

Eigenlijk is dit bij kleine ondernemingen alleen maar geneuzel. Wij gaan hiermee in de praktijk toch maar wat makkelijk om. Als een investering een economische levensduur heeft van 3 jaar schrijven we in de eerste 2 jaar braaf 20% per jaar af, en in het derde jaar de rest. Bij investeringen van vσσr 2007 gaan we na 1 januari 2007 gewoon verder met een afschrijving van 20% per jaar totdat de economische levensduur verstreken is. Alle verdere verfijning beschouwen we als tijdverspilling.

Willekeurige afschrijving

Op deze vrij vaste uitgangspunten mogen startende zelfstandigen een afwijking toepassen: de willekeurige afschrijving. Dat betekent dat naar believen mιιr of minder dan in 5 jaar mag worden afgeschreven op roerende goederen. Je bent dan niet gebonden aan de afschrijvingsbeperkingen die vanaf 2007 gelden.

Een niet-fiscale jaarrekening

Wanneer dit soort vreemde fiscale regels grote invloed hebben op de winstberekening kan het voorkomen dat je fiscale jaarrekening niet meer zo goed bruikbaar is voor gegevensverstrekking aan derden, bij voorbeeld aan de bank. In dat geval moet je overwegen om naast de fiscale jaarrekening ook nog een bedrijfseconomische jaarrekening op te laten maken. Dat kost nogal wat, dus doe dat niet lichtvaardig.

Terug

Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan niet worden aanvaard.

Flyer