Zelfstandigheid en kinderopvang
De kinderopvangtoeslag voor zelfstandigen
De toeslag is voor zelfstandige beroepsuitoefenaren niet wezenlijk anders dan die voor werknemers. Ook de procedure voor het verkrijgen van de toeslag is dezelfde. Toch werkt de regeling voor zelfstandigen iets anders uit dan voor werknemers.
Dat komt door de inkomenstoets. De toekenning gebeurt aan de hand van het definitief vastgestelde belastbaar inkomen.
Nog méér afrekeningen
Dit betekent dat je te zijner tijd naast de aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekering ook een afrekening kinderopvangtoeslag gaat krijgen. De inkomstenbelasting en zorgverzekeringspremie worden geheven bij wijze van aanslag. De afrekening kinderopvangtoeslag is geen aanslag. Maar ze zijn alle drie afhankelijk van het belastbaar inkomen.
Het gevolg is dat iedere zelfstandige voor alle drie de regelingen jaarlijks een schatting moet doen, voorlopige vaststellingen krijgt, en weer enige tijd later de definitieve afrekeningen. Wanneer je werkelijk inkomen over 2005 afwijkt van de schatting die je daarvoor hebt gedaan zal dat leiden tot een terugvordering van de bijdrage voor de kinderopvang of tot een nabetaling. De periode tussen voorlopige en definitieve vaststelling van de bijdrage kan erg lang zijn. Immers, je belastbaar inkomen over 2005 wordt pas eind 2006 of misschien zelfs in 2007 definitief vastgesteld.
De rol van ondernemersfaciliteiten
Het belastbaar inkomen is de toetssteen voor de tegemoetkoming. Dat betekent dat veel zelfstandigen door de toepassing van onder meer de zelfstandigenaftrek een hogere tegemoetkoming krijgen dan een werknemer met hetzelfde bruto-inkomen. En niet alleen door de zelfstandigenaftrek; ook door startersaftrek en de toepassing van de fiscale oudedagsreserve. Het belang van ondernemersaftrek is dus groot, zowel voor de inkomstenbelasting, zorgverzekeringspremie als ook de kinderopvangtoeslag.
Daarom is deze wet voor zelfstandigen een stuk gunstiger dan de 'oude' regeling van aftrek van kinderopvangkosten.
Een rekenvoorbeeld:
Stel dat je met z'n vieren bent; twee ouders en twee kinderen. Je hebt een gezamenlijk belastbaar inkomen van € 35.000 en je betaalt € 7.380 voor de opvang van het eerste kind en € 3.420 voor de opvang van het tweede kind. Eén werkgever draagt € 1.800 bij.
Wanneer je beiden in loondienst bent krijg je bij dit inkomen een kinderopvangtoeslag van € 6.769. Samen met de werkgeversbijdrage van € 1.800 ontvang je € 8.319 van de kosten terug. Je betaalt dus uiteindelijk € 2.231 zelf.
Wanneer één van beiden zelfstandig is en voldoet aan de criteria voor de ondernemersaftrek kun je het belastbaar inkomen verminderen met € 5.660 voor de zelfstandigenaftrek wanneer we aannemen dat de winst ongeveer € 17.500 bedraagt.
De kinderopvang wordt nu € 7.561. Dat is € 792 méér dan je zou krijgen wanneer je beiden in loondienst bent.
Dat verschil kan groter worden wanneer de zelfstandigenaftrek hoger is, en wanneer ook nog startersaftrek geldt en de fiscale oudedagsreserve kan worden toegepast.
Wat heb ik nodig voor de aanvraag?
De bijdrage van de overheid is afhankelijk van:
- het belastbaar inkomen van de ouders
- van de kosten die de opvanginstelling in rekening brengt
- en van de bijdrage die de werkgever verstrekt
Deze drie gegevens zul je moeten hebben wanneer je de aanvraag doet.
Hoe kom ik aan het belastbaar inkomen?
Voor de bijdrage van 2005 geldt het belastbaar inkomen voor 2005. Maar wanneer je in het najaar van 2005 de aanvraag doet voor het jaar 2006 weet je dat belastbaar inkomen nog niet. Je zult dat moeten schatten. Hoe?
Wanneer je zelfstandig bent kun je het laatst vastgestelde belastbaar inkomen als uitgangspunt nemen. Je ontleent dat aan de kopie van je laatste aangifte inkomstenbelasting. Vervolgens bedenk je of dat inkomen nog geldt. Eventueel verhoog je het laatste belastbaar inkomen procentueel wanneer je een stijging verwacht. Of je verlaagt het procentueel wanneer je een teruggang in het komend jaar verwacht.
Wees niet bang om de natte vinger te gebruiken. Een schatting van een zelfstandig inkomen is altijd erg moeilijk. Pas vooral op dat je niet het inkomen bewust lager schat dan je echt verwacht. Weliswaar leidt dat tot een hogere voorlopige toeslag (en lagere aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringspremie) maar wanneer het inkomen later hoger blijkt te zijn kom je voor terugbetalingen te staan. En die komen altijd op het verkeerde moment.
 |
Terug
|
 |
Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan
niet worden aanvaard.
|