Beeldrijk belastingadvies, administratie, conflictbemiddeling, zakelijke begeleiding
identiteiten identiteiten
empty 
actualiteiten  
empty 
fiscaliteiten fiscaliteiten
empty 
formaliteiten  
empty 
cursus & training cursus & training
empty 
beeldruimte  
empty 
fiets & bedrijf fiets & bedrijf
empty 
ontwerpers  
empty 
overzicht overzicht
  

empty  

© ZOO
Fiscaliteiten en aansprakelijkheid
De voorbereiding voor de aangifte inkomstenbelasting
Electronisch aangifte doen
Bestanden om te downloaden
Fiscaal ondernemerschap
Zelfstandigenaftrek
Urenverantwoording
Kunst en omzetbelasting
Kunstenaar en galerie
Artiest en belastingen
Beroepskosten
Fiets en bedrijf
Autokosten
Werkruimte
Scholing, training en onderwijs
Investeren en afschrijven
listbullet Samenwerking en rechtsvormen
Buitenland
Journalisten, schrijvers en componisten
Therapeuten
Zorgstelsel
Aanslagen
Aangiften inkomstenbelasting
Aangiften omzetbelasting
Toeslagen op het inkomen
De verklaring arbeidsrelatie
Facturering en incasso
Calculatie en offreren
Kinderen en kinderopvang
De WIK
Subsidies en stipendia
De eigen woning en de hypotheekrente
Gemeentelijke belastingen
Verzekering
Erfrecht

De wetgeving voor personenvennootschappen vanaf 2005

Vanaf 1 januari 2005 geldt een nieuwe wetgeving voor personenvennootschappen. Althans, wanneer de tweede kamer op tijd klaar is met het wetgevingsproces

De hoofdlijnen van de nieuwe wet zijn wel enigszins bekend. Wat daarvan de praktische consequenties zullen zijn voor bestaande vennootschappen en maatschappen is nog niet geheel duidelijk.

Het is vooral de vraag in hoeverre bestaande overeenkomsten kunnen worden gehandhaafd. Kunnen ze na de wetswijziging worden aangevuld, of moeten ze geheel opnieuw worden geformuleerd? Moeten we een notaris inschakelen?

Daaraan voorafgaand zijn er belangrijke vragen die de vennoten voor zichzelf moeten stellen. Willen we rechtspersoonlijkheid of niet en wat zijn daarvan de gevolgen? Willen we onze afspraken over uittreding en toetreding veranderen? Is er aanleiding om al onze afspraken ter discussie te stellen?

Te zijner tijd zullen we hierop uitgebreid en leesbaar ingaan. In het begin van 2005 overwegen we een voorlichtingsbijeenkomst voor onze cliënten die betrokken zijn bij een vennootschap of maatschap.

Voorlopige voorlichting

We citeren hier, vooruitlopend op uitgebreidere voorlichting later, een goed artikel geschreven door Mr. A.E. Plantinga van Van Benthem & Keulen Advocaten in Utrecht.

Ondernemingsvormen

Wetsvoorstel “Personenvennootschappen”

Eind 2002 is er een wetsvoorstel ingediend dat een nieuwe regeling bevat voor de zogenoemde personenvennootschappen. Het is de bedoeling dat de huidige wet op dit punt begin 2005 wordt gewijzigd. In dit artikel wordt aangegeven welke personenvennootschappen het wetsvoorstel kent en wat de belangrijkste verschillen zullen zijn tussen de oude en de nieuwe regeling.

Verschillende soorten personenvennootschappen

De wet kent nu drie soorten personenvennootschappen: de maatschap, de vennootschap onder firma (VOF) en de commanditaire vennootschap (CV). De maatschap wordt vaak gebruikt wanneer de vennoten niet samen onder een gemeenschappelijke naam handelen. Er is dan sprake van een “stille maatschap”. Een voorbeeld van een dergelijke stille maatschap is de samenwerking tussen medische specialisten in een ziekenhuis. Daarnaast wordt de maatschap vaak gebruikt door beroepsbeoefenaren om hun beroep samen onder één gemeenschappelijke naam uit te oefenen. Er is dan sprake van een openbare maatschap. Bij beroepsbeoefenaren kan gedacht worden aan advocaten, fysiotherapeuten, architecten enz. Van Benthem & Keulen is een voorbeeld van een openbare maatschap.

Onder het wetsvoorstel komen de CV, de VOF en de maatschap niet meer voor. Het wetsvoorstel maakt alleen nog onderscheid tussen openbare vennootschappen en niet-openbare vennootschappen. Er is sprake van een openbare vennootschap, wanneer de vennoten onder een gemeenschappelijke naam handelen (zoals bijvoorbeeld advocatenkantoren dat doen). Openbare vennootschappen kunnen op hun beurt worden onderverdeeld in openbare vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, die ‘OVR’ worden genoemd, en openbare vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid. Wanneer een vennootschap rechtspersoonlijkheid heeft, kan de vennootschap zelf rechten en verplichtingen hebben. Dit houdt in dat een dergelijke vennootschap zelf goederen kan verkrijgen en bijvoorbeeld ook zelf een juridische procedure kan voeren. De nu bestaande vennootschappen hebben geen rechtspersoonlijkheid. Een VOF kan bijvoorbeeld niet zelf een bedrijfsgebouw kopen. Het gebouw komt nu op naam van de vennoten te staan.

Het wetsvoorstel maakt daarnaast onderscheid tussen openbare vennootschappen met en zonder commanditaire vennoten. Een commanditaire vennoot is een zogenoemde “geldschieter”, een vennoot die slechts geld inbrengt, maar zich verder met het beleid van de vennootschap niet bemoeit.

Er is in het wetsvoorstel geen overgangsregeling opgenomen. Dat betekent dat de bestaande VOF’s, CV’s en openbare maatschappen automatisch openbare vennootschappen worden en dat de huidige stille maatschappen automatisch niet-openbare vennootschappen worden. Alleen voor het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid dienen de vennoten actie te ondernemen. Hierna wordt besproken hoe een openbare vennootschap rechtspersoonlijkheid kan krijgen.

Belangrijkste verschillen tussen de oude en nieuwe regeling

De belangrijkste wijziging van wetsvoorstel ten opzichte van de huidige wet is dat openbare vennootschappen kunnen kiezen of zij wel of geen rechtspersoonlijkheid krijgen. Rechtspersoonlijkheid kan worden verkregen wanneer de vennootschap wordt opgericht, maar ook daarna. Voor het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid is nodig dat de vennoten in de vennootschapsovereenkomst overeenkomen dat de vennootschap rechtspersoonlijkheid zal bezitten. Deze vennootschapsovereenkomst moet vervolgens in een notariële akte opgenomen worden. Dat een vennootschap rechtspersoonlijkheid bezit moet in het handelsregister worden ingeschreven.

Dat een vennootschap rechtspersoonlijkheid krijgt betekent niet dat de aansprakelijkheid van de vennoten beperkt wordt, zoals dat bij aandeelhouders van bijvoorbeeld een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (B.V.) het geval is. De vennoten van een OVR blijven aansprakelijk voor verplichtingen van de vennootschap. Dit wil zeggen dat de schuldeisers van de vennootschap zich kunnen verhalen op zowel het vermogen van de vennootschap, als op het (privé-)vermogen van de vennoten zelf: wanneer een vennootschap een bepaalde rekening niet betaalt, kan de schuldeiser de vennoten van de vennootschap aanspreken tot betaling van deze rekening. Dat een vennootschap rechtspersoonlijkheid krijgt, wanneer de vennoten daarvoor kiezen, brengt alleen met zich mee, zoals hierboven al werd gezegd, dat OVR’s zelfstandig rechten en verplichtingen kunnen hebben.

Uittreding en toetreding

Het verschil tussen vennootschappen met en zonder rechtspersoonlijkheid wordt vooral duidelijk bij uittreding en opvolging van vennoten. Wanneer een vennoot uit een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid treedt, dan wordt zijn aandeel in de vennoot overgedragen aan de overige vennoten. Daarbij moet aan alle vereisten van levering van de goederen worden voldaan. Wanneer de vennoten bijvoorbeeld samen een bedrijfsgebouw hadden, dan moet de uittredende vennoot zijn aandeel in het bedrijfsgebouw overdragen aan de andere vennoten. Ook wanneer een vennoot zijn aandeel wil overdragen aan een nieuwe vennoot, moeten alle goederen afzonderlijk worden overgedragen. Voor de levering van het aandeel van een vennoot in een onroerend goed of aandelen, is bijvoorbeeld een notariële akte nodig.

Bij uittreden van een vennoot uit een OVR daarentegen, is van een overdracht van goederen geen sprake: de goederen waren immers al eigendom van de OVR en hoeven dus niet meer overgedragen te worden. Wanneer een vennoot zijn aandeel in de vennootschap wil overdragen aan een nieuwe vennoot kan dat door een simpele overeenkomst. Ook in dat geval hoeven de afzonderlijke goederen niet apart overgedragen te worden. Uittreding en opvolging is bij een OVR dus een stuk eenvoudiger dan bij vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid.

Beëindiging

Andere nieuwe elementen uit het wetsvoorstel hebben betrekking op het einde en de voortzetting van de vennootschap. Indien één of meer vennoten uittreden uit een vennootschap, blijft de vennootschap bestaan tussen de overblijvende vennoten. Onder de huidige wet eindigt de vennootschap wanneer één van de vennoten uittreedt, tenzij de vennoten in de tussen hen gesloten overeenkomst een aparte voortzettingsregeling hebben opgenomen. Het zal straks dus niet meer nodig zijn uitgebreide voortzettingsregelingen in de vennootschapsovereenkomst op te nemen. Ook regelt het wetsvoorstel de mogelijkheid van opvolging van een vennoot door zijn erfgenamen of een derde. Tot slot is een afzonderlijke regeling opgenomen voor de vereffening en verdeling van het vermogen van de vennootschap.

Fiscale gevolgen

Het is nog niet duidelijk of de nieuwe regeling ook fiscale gevolgen zal hebben. Wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, beschouwt de fiscus personenvennootschappen onder de huidige wetgeving als fiscaal transparant. Dat wil zeggen dat belasting direct bij de vennoten geheven wordt en niet bij de vennootschap. Dit is vaak gunstig voor de vennoten. De vraag is of de fiscus ook de nieuwe personenvennootschappen als fiscaal transparant zal beschouwen. Dit lijkt het geval te zijn. De staatssecretaris van financiën heeft gezegd dat hij van plan is de fiscale transparantie met betrekking tot de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting voor personenvennootschappen - of zij nu wel of geen rechtspersoonlijkheid bezitten - te handhaven, maar voor de heffing van overdrachtsbelasting wel gevolgen te verbinden aan de keuze voor rechtspersoonlijkheid. Hoe dit zal worden uitgewerkt is nog niet duidelijk.

Samenvatting

Onder het wetsvoorstel personenvennootschappen komen de bestaande vennootschappen VOF, CV en Maatschap te vervallen en komen daar vijf nieuwe vennootschappen voor in de plaats. Het meest in het oog springende verschil ten opzichte van de oude regeling, is dat personenvennootschappen onder het wetsvoorstel rechtspersoonlijkheid kunnen verkrijgen. Zij kunnen daardoor zelfstandig rechten en verplichtingen hebben. Dit heeft vooral gevolgen bij uittreding en opvolging van vennoten. Uittreding en opvolging is eenvoudiger bij een OVR. Voor de aansprakelijkheid van vennoten heeft het verkrijgen van rechtspersoonlijkheid geen gevolgen: vennoten blijven zelf aansprakelijk voor verplichtingen van de vennootschap. Hechten vennoten waarde aan beperkte aansprakelijkheid, dan kunnen zij bijvoorbeeld een B.V. oprichten.

Schematische weergave personenvennootschappen in het wetsvoorstel:

schema openbare vennootschap
  • Recht toe Recht aan, nr. 1 2004
  • Mr A.E. Plantinga, Van Benthem & Keulen

Terug

Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan niet worden aanvaard.