Trainingen voor politici
Ook politici krijgen training.
Politici zijn raadsleden, statenleden en kamerleden, maar ook wethouders, gedeputeerden en ministers.
Wat minder bekende soorten politici zijn bestuurders van waterschappen en leden van adviescommissies van overheden.
De trainingen die zij krijgen zijn doorgaans gericht op strategische en communicatieve vaardigheden. Een voor velen bekend voorbeeld is de mediatraining. Maar er zijn veel meer mogelijke trainingen voor politici: onderhandeling, presentatie, conflictbeheersing, imagostrategie, parlementaire instrumenten, et cetera.
Deze trainingen vallen onder de vrijstelling van onderwijs voor de heffing van omzetbelasting. Het zijn opleidingen voor beroepsuitoefenaren.
Toch is dit voor de belastingdienst niet altijd even helder. De vrijstelling voor dit onderwijs kan wel eens geweigerd worden omdat politici 'geen beroep of vak zouden uitoefenen'. Een belachelijk standpunt, maar het komt voor. Je zou bijna deze belastingambtenaren een training toewensen.
Het standpunt van de minister van Financiën
In 2006 heeft de minister van financiën het echter nog eens zo verwoord:
- De BTW-vrijstelling voor het verstrekken van onderwijs omvat mede het verzorgen van beroepsopleidingen. Bij de term beroepsopleidingen moet niet alleen worden gedacht aan het onderwijs dat in de strikte zin van het woord dient ter opleiding voor een vak of beroep, maar ook aan het geven van cursussen die zijn gericht op het functioneren in een (toekomstige) werkkring, zoals tekstverwerkingscursussen, cursussen administratieve organisatie, managementcursussen, automatiseringscursussen, taalcursussen, sollicitatiecursussen en dergelijke.
(Bron: Beantwoording van vragen van de leden Aptroot, Balemans en Dezentjé Hamming-Bluemink van de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de gevolgen van de opheffing van de keuzemogelijkheid voor BTW-heffing bij beroepsopleidingen (2050615560).)
Reikwijdte van de vrijstelling
Wanneer je deze uitspraak goed leest doet het er niet eens toe of een politicus wel of niet een vak uitoefent. Ook als de training gericht is 'op het functioneren in een (toekomstige) werkkring' is de vrijstelling van toepassing. Aan deze uitspraak kun je voorts ontlenen dat de vrijstelling niet alleen geldt voor training aan betaalde politici, maar ook aan onbetaalde. Dat kunnen zijn:
- plaatsvervangende burger-raadsleden of raadscommissieleden die niet als raadslid gekozen zijn, maar benoemd zijn door de gemeenteraad;
- leden van adviescommissies die zijn ingesteld op grond van de gemeentewet, ook wel genoemd burger-adviescommissies;
- leden van afdelingsbesturen;
- deelnemers aan verkiezingscampagnes, ook wanneer zij niet gekozen zouden worden;
- fractie-adviseurs;
- leden van dorpsplatforms en dorpsraden evenals die van wijkraden en wijkplatforms;
- aanstaande leden van politieke organen die voorbereid worden op hun toekomstige functie.
Het ontwikkelen van cursusmateriaal valt naar onze mening onder de vrijstelling wanneer dit direct verbonden is aan het geven van de cursus. Wie cursusmateriaal ontwikkelt ten behoeve van trainers, zonder zelf cursisten te trainen, heeft geen recht op de vrijstelling. Wanneer de trainer een vergoeding krijgt voor het voorbereiden van een training, al dan niet gezamenlijk met anderen, valt ook die vergoeding naar onze mening onder de vrijstelling.
Procedures
Mocht een lezer van dit artikel in onzachte aanraking komen met de belastingdienst over dit onderwerp dan zijn wij zeer benieuwd naar het verloop van de discussie.
Terug
Dit is voorlichting met het doel ingewikkelde fiscale materie toegankelijk en begrijpelijk te maken. Aansprakelijkheid voor de inhoud kan
niet worden aanvaard.
|