Zelfstandigenaftrek

Aftrekpost voor zelfstandigen

De zelfstandigenaftrek is één van de bijzondere posten die een zelfstandig ondernemer van het belastbaar inkomen mag aftrekken. Deze aftrekpost komen ten laste van het belastbaar inkomen indien het gaat om 

  1. een natuurlijke persoon die ondernemer is, en 
  2. de totale beschikbare werktijd voor méér dan 50% aan die onderneming wordt besteed, en 
  3. aan het feitelijk drijven van de onderneming meer dan 1.225 uren per kalenderjaar wordt besteed en dit aannemelijk kan worden gemaakt. 
Een aftrekpost op je belastbaar inkomen betekent dat je belastingaanslag lager zal zijn. De zelfstandigenaftrek is een nogal forse aftrekpost. Je belastingaanslag kan tussen de € 0 en € 3.500 lager worden wanneer je hem kunt toepassen. Het belang is vaak groter omdat het belastbaar inkomen in allerlei inkomensafhankelijke regelingen wordt gebruikt. Verlaging van het inkomen leidt dan ook nog eens tot lagere premies of hogere subsidies. Het gaat hier om bij voorbeeld : premie zorgverzekering, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget, huurtoeslag zorgtoeslag, uitstel van terugbetaling studiefinanciering, gesubsidieerde rechtsbijstand etc.


Relatie tussen winst en zelfstandigenaftrek 

De aftrek is niet principieel afhankelijk van de hoogte van je beroepswinst. Ook bij lage beroepswinst is aftrek mogelijk. Indien echter de winst laag is en de bedrijfsactiviteiten niet zeer duidelijk, dan kan de belastingdienst twijfels krijgen bij de aannemelijkheid van de 1.225 in de onderneming bestede uren. In zo'n situatie kan zelfs twijfel ontstaan over je ondernemerschap. De kans is dan groot dat de belastingdienst die twijfels zal uiten en je zal vragen om de urenbesteding te documenteren en aannemelijk te maken. 


De hoogte van de zelfstandigenaftrek 

Er is een aantal jaren hetzelfde bedrag voor de zelfstandigenaftrek vastgesteld. Dat was € 7.280. Vanaf 2020 wordt de zelfstandigenaftrek afgebouwd met € 250 per jaar, tot dat deze in 2027 op € 5.280 staat. De laatst aangekondigde stap is dat in 2028 de aftrek wordt verlaagd met € 280 naar € 5.000. Er zijn óók al jaren plannen om de zelfstandigenaftrek af te schaffen en om te zetten in bijvoorbeeld een hogere winstvrijstelling. Maar politiek is wispelturig en er zijn nog geen concrete voorstellen geweest. 


Reservering van zelfstandigenaftrek 

De aftrek is nooit méér dan de winst zelf. Dat heeft tot gevolg dat de zelfstandigenaftrek, voor zover die méér bedraagt dan de winst, niet meer verrekend kan worden met andere inkomsten. Het niet verrekenbare deel van de zelfstandigenaftrek mag 9 jaar lang gereserveerd blijven voor latere aftrek, wanneer de toekomstige winst dat toelaat. 


Een rekenvoorbeeld

Stel dat je een winst uit onderneming behaalt van € 6.000, en je voldoet aan de criteria voor het ondernemerschap en je in de onderneming bestede uren zijn méér dan 1.225. De zelfstandigenaftrek mag niet méér bedragen dan deze € 6.000, zodat de belastbare winst in je belastingaangifte per saldo € 0 bedraagt. Een bedrag van € 7.280 minus € 6.000 ofwel € 1.280 blijft dus ongebruikt. Dat bedrag mag maximaal 9 jaar lang blijven staan en kan gebruikt worden in de volgende jaren waarin je voldoende winst behaalt. Stel dat je het volgende jaar een winst maakt van € 8.000. De zelfstandigenaftrek zal dan opnieuw € 7.280 bedragen. De resterende belastbare winst bedraagt dan € 8.000 minus € 7.280 ofwel € 720. Van de 'gereserveerde' zelfstandigenaftrek van € 1.280 mag je nu € 720 gebruiken. Er blijft dan voor volgende jaren nog € 560 over. 


Starter

Voor starters werkt de regeling net iets anders:

  1. Voor startende ondernemers geldt de beperking van de zelfstandigenaftrek bij een lage winst niet. 
  2. Ook hoeft een starter niet meer uren aan zijn onderneming te besteden dan aan andere inkomstenbronnen. Een starter die weliswaar meer dan 1.225 uren aannemelijk in de onderneming heeft besteed, terwijl die daarnaast nog eens bijvoorbeeld 1.300 uren in loondienst is geweest, krijgt dus toch zelfstandigenaftrek. 
  3. In de eerste vijf jaren van de onderneming, kun je een extra aftrek krijgen. Deze aftrekpost kun je in die eerste vijf jaren maximaal drie maal toepassen. Dat wil zeggen: wanneer je recht hebt op zelfstandigenaftrek, moet je de startersaftrek ook toepassen. Je kunt er niet willekeurig mee schuiven. 

AOW-gerechtigden

AOW gerechtigde zelfstandigen krijgen de zelfstandigenaftrek voor 50% wanneer ze op 1 januari van het jaar de AOW-leeftijd hebben bereikt. Deze beperking is niet zo gek omdat er vanaf het de pensioengerechtigde leeftijd ook recht op AOW bestaat. Daardoor is de financiële ruimte voor investeren in de onderneming toch al wat groter. Het is mogelijk dat iemand die pensioengerechtigd is, een onderneming start en daardoor voor de startersaftrek in aanmerking komt. In dat geval is de startersaftrek niet 50% van de standaard startersaftrek, maar het volledige bedrag. De pensioengerechtigde leeftijd is variabel en neemt de laatste jaren toe. 


Zwangerschap en het urencriterium 

Voor zwangere ondernemers geldt een tegemoetkomende regeling. De tijd waarin je naar de normen voor werknemers zwangerschapsverlof zou kunnen hebben, wordt geacht te zijn besteed aan je zelfstandige praktijk. Het werkelijk aantal in de praktijk bestede uren kan dus in dat geval minder dan 1.225 bedragen. Een voorbeeld: stel dat je midden in het jaar zwanger bent geweest. In dat geval wordt aangenomen dat je gedurende 16 weken rond de bevalling dezelfde gemiddelde werktijd hebt besteed als in de perioden daarvoor en daarna. Wanneer je doorgaans ongeveer 30 uur per week werkt, haal je het minimum-aantal van 1.225 meestal wel, maar in het jaar van je zwangerschap niet. Immers 36 weken * 30 uur is minder dan 1.225. Door de 16 zwangerschapsweken fictief aan te merken als gewone werkweken kom je wel boven de 1.225 uit. 



================================================== -->